📦 Verzending €7,95 — gratis v.a. €111 · 🗓 Verstuurd elke dinsdag & donderdag · 🌿 Grootste muntcollectie van Nederland




Absintalsem – Artemisia absinthium
€ 4,75
Zilvergrijze bladeren die oplichten in de zon en een onmiskenbaar kruidige geur die direct de zintuigen prikkelt. 🌿 Absintalsem, ook bekend als alsem of absint, is een van de meest bijzondere en fascinerende kruiden met een geschiedenis die terugloopt tot de oude Egyptenaren. In Nederland staat deze inheemse plant op de Rode Lijst als vrij zeldzaam. Het sierlijke, viltig behaarde blad geeft het hele jaar structuur en een mediterraan accent aan elke border of kruidentuin. Van oudsher diep geworteld in de Europese volksgeneeskunde en de rituele traditie, en beroemd als hoofdingrediënt van de mythische groene drank La Fée Verte. Een zeldzame kans om deze bijzondere plant direct van de kwekerij in huis te halen, ecologisch geteeld en onbespoten. 🌿
Slechts 1 resterend op voorraad
Wat is absintalsem?
Absint plant kopen, direct van de kwekerij: met Artemisia absinthium L. haalt u één van de meest fascinerende, historisch rijkste en botanisch bijzonderste kruiden van Europa in huis.
Absintalsem is een meerjarige, halfhoutige vaste plant uit de composietenfamilie (Asteraceae). De plant wordt 60 tot 120 centimeter hoog en heeft een stevige, vertakte stengel die aan de basis licht verhout. De bladeren zijn diep ingesneden en aan beide zijden dicht grijs viltig behaard, waardoor ze een opvallend zilvergrijs uiterlijk hebben en in de zon prachtig opglinsteren. Bij het lichtste contact met het blad komt de geur onmiddellijk vrij: sterk aromatisch, kruidig en uitgesproken bitter.
Van juli tot september bloeit absintalsem met kleine, lichtgele, bolvormige bloemhoofdjes die in lange, sierlijke pluimen zijn gerangschikt. De bloemen zijn klein maar talrijk en trekken zweefvliegen, solitaire bijen en nachtvlinders aan. Na de bloei vormt de plant kleine, eenzadige nootjes.
In Nederland staat absintalsem op de Rode Lijst van planten als vrij zeldzaam en matig in aantal afgenomen. Historisch was de plant in Nederland veel algemener: de Flora Batava vermeldt hem voor talloze plaatsen door het hele land. Door veranderingen in landgebruik en verstedelijking is de plant sterk in aantal afgenomen. Dat maakt het kopen van een levende absintalsem extra waardevol voor wie de biodiversiteit in de eigen tuin wil versterken met een echte inheemse plant. Ecologisch geteeld en onbespoten, direct van de kwekerij 🌿
De naam: Artemisia absinthium L. en al zijn benamingen
De officieel gedocumenteerde wetenschappelijke naam is Artemisia absinthium L., vastgelegd door Carl Linnaeus in zijn standaardwerk Species Plantarum op 1 mei 1753, pagina 848. De afkorting L. staat voor Linnaeus en geeft aan dat hij de auteur is van deze beschrijving. De naam is bevestigd via Plants of the World Online (POWO/Kew), de International Plant Names Index (IPNI) en de GBIF-database.
De geslachtsnaam Artemisia verwijst naar de Griekse godin Artemis, godin van de jacht, de maan, de ,maagdelijkheid en de natuur. Omdat het geslacht Artemisia van oudsher werd ingezet bij vrouwenkwalen, werd de naam verbonden met deze godin. Een andere theorie koppelt de naam aan koningin Artemisia II van Carië (4e eeuw v.Chr.), die het kruid zou hebben bestudeerd en gebruikt.
De soortnaam absinthium is afgeleid van het Griekse apsinthion, de oude naam voor de plant. De meest gangbare verklaring is dat apsinthion “zonder zoetheid” betekent, een verwijzing naar de extreme bitterheid. Sommige taalkundigen vertalen het als “ondrinkbaar.” Erkende synoniemen zijn Absinthium officinale Lam. en Absinthium vulgare (L.) Lam.
Officiële documentatie
Artemisia absinthium L. is als geaccepteerde soort opgenomen in Plants of the World Online (POWO/Kew), de International Plant Names Index (IPNI), het World Flora Online (WFO) en de GBIF-database. De Europese Farmacopee erkent het kruid officieel onder de naam Absinthii herba en stelt eisen aan het gehalte aan etherische olie van minimaal 2 ml per kilogram droog kruid. De eerste wetenschappelijke beschrijving door Linnaeus in Species Plantarum (1753), pagina 848, geldt als de eerste geldige beschrijving.
Nederlandse en internationale benamingen
In Nederland en België: absintalsem, alsem, absint, wermoet, mottenkruid, bitterkruid, wormkruid, wormmoedt, boterknoppen, bolterknoppen, ruigblad, witte alsem. De naam wermoet is de oudste Nederlandse naam en duikt al op in middeleeuwse kruidenboeken. De naam mottenkruid verwijst naar het gebruik van gedroogde takjes om motten in de kledingkast te weren.
In het Engels: common wormwood, absinthe wormwood, grand wormwood, green ginger, madder wort. In het Duits: Wermut, Wermutkraut, Echter Wermut. In het Frans: absinthe, grande absinthe, armoise absinthe, herbe aux vers, herbe sainte. In het Spaans: ajenjo, absintio. In het Italiaans: assenzio vero. In het Portugees: absinto. In het Catalaans: donzell. In het Galicisch: absintio, axenxo, alosna. In het Welsh: wermod lwyd.
In Oost-Europa: Pools: piołun. Tsjechisch: pelyněk pravý. Slovaaks: palina pravá. Sloveens: pravi pelin. Kroatisch: pravi pelin. Bulgaars: обикновен пелин (obikoven pelin). Roemeens: pelin. Hongaars: fehér üröm. Macedonisch: пелин (pelin). Servisch: обични пелин (obichni pelin).
In Scandinavië en de Britse eilanden: Deens: havemalurt. Noors: ekte malurt. Zweeds: malört, äkta malört. Fins: koiruoho. Iers: mormónta.
In de Baltische staten: Litouws: pelynas. Lets: vērmele. Estisch: koirohi.
Verder: Grieks: αρτεμισία το αψίνθιον. Russisch: полынь горькая (polyn gorkaya). Oekraïens: полин гіркий (polyin hirky). Turks: pelin otu. Albanees: pelin i zi. Georgisch: მწარე აბზინდა (mtsare abzinda). Armeens: դառը օշինդր (dary oshindur). Arabisch: حَبَق اَلرَّاعِيّ. Perzisch: افسنطین (afsanteen). Chinees: 中亚苦蒿 (zhōng yà kǔ hāo). Japans: ニガヨモギ (nigayomogi). Koreaans: 향쑥 (hyangssuk).
Het woord vermouth, de naam van de bekende aperitief, is rechtstreeks afgeleid van het Duitse Wermut, de naam voor absintalsem. Dit toont aan hoe diep de plant geworteld is in onze taal en cultuur.
Herkomst en verspreiding
Artemisia absinthium L. is inheems in een breed gebied van Europa tot Siberië en de westelijke Himalaya, en in Noord-Afrika. Het verspreidingsgebied omvat vrijwel geheel Europa, van Portugal en Spanje tot Rusland en Kazachstan, en van Scandinavië tot de Middellandse Zee. In Noord-Afrika is de plant aanwezig in Marokko, Algerije en Tunesië.
De plant groeit van nature op droge, kalkrijke, stikstofrijke en bewerkte gronden: langs wegen, op dijken, braakliggende terreinen, in steengroeven en op rotswanden. In Nederland en België is de plant verwilderd op spoorwegterreinen en kalkrijke gronden, maar staat hij op de Rode Lijst als zeldzaam en matig afgenomen. Via cultuur en handel is de plant ook ingevoerd in Noord-Amerika, Australië en andere gematigde gebieden.
Geschiedenis
Absintalsem heeft een van de langst gedocumenteerde medicinale geschiedenissen van alle Europese kruiden.
De plant wordt al vermeld in de Ebers Papyrus uit circa 1550 voor Christus, één van de oudste medische teksten ter wereld. De exacte soortidentificatie is door wetenschappers bediscussieerd, maar de meeste bronnen schrijven de vermelding toe aan Artemisia absinthium. Dit maakt absintalsem tot één van de oudst gedocumenteerde medicinale planten van de mensheid.
In de Griekse en Romeinse oudheid was absintalsem breed gebruikt als geneeskruid én als smaakmaker. Hippocrates beschreef het gebruik bij geelzucht en menstruatieproblemen. Dioscorides vermeldde het in zijn Materia Medica in de eerste eeuw na Christus. Galenus adviseerde het als versterkend middel. De school van Salerno propageerde het als middel tegen zeeziekte. De Romeinen gebruikten absintalsem ook als smaakmaker in bier, in de tijd voordat hop gemeengoed werd als bittermaker.
Een bijzonder historisch weetje: middeleeuwse kopiisten hadden regelmatig last van insecten die aan hun kostbare perkamenten vellen knabbelden. Hun oplossing was een beetje absintalsem toevoegen aan de inkt. De sterke aromatische geur hield het ongedierte effectief op afstand, waardoor de manuscripten beter bewaard bleven.
In de middeleeuwen was absintalsem een onmisbaar kruid in kloostertuinen door heel Europa. Hildegard von Bingen beschreef de plant in de twaalfde eeuw als middel om de eetlust te stimuleren en de maag te versterken. De Vlaamse botanicus Rembert Dodoens beschreef het kruid uitgebreid in zijn Cruydt-Boeck. Carl Linnaeus beschreef de plant officieel in 1753.
Inhoudsstoffen
Artemisia absinthium L. bevat een rijke en goed gedocumenteerde samenstelling van bioactieve stoffen. De etherische olie maakt 0,2 tot 1,5 procent uit van het drooggewicht en bestaat voornamelijk uit alfa- en bèta-thujon, sabinylacetaat, chrysanthenylacetaat, cis-epoxyocimeen en chamazuleen. Het gehalte en de samenstelling varieert sterk afhankelijk van de herkomst, het groeiseizoen en de standplaats van de plant.
De uitgesproken bittere smaak is te danken aan de sesquiterpeenlactonen, met name absinthin (0,20 tot 0,28%) en anabsinthin. Absinthin is één van de bitterste natuurlijke stoffen die bekend zijn. Verder bevat de plant artabsin, matricin en andere guajanoliden, flavonoïden zoals artemetine en casticin, looistoffen (4,5 tot 7%), harsen, appelzuur, caffeïnezuur, chlorogeenzuur, vitamine C en carotenen.
Een veelgeciteerd review-artikel van Batiha et al. (2020) in Antibiotics geeft een uitgebreid overzicht van de bioactieve verbindingen, farmacologische activiteiten en farmacokinetiek van Artemisia absinthium L.
De plant bevat thujon, een GABA-receptorantagonist die bij overmatige inname neurotoxisch kan zijn. Gebruik absintalsem niet tijdens de zwangerschap. Niet bij kinderen. Niet bij epilepsie of galwegaandoeningen. Gebruik altijd spaarzaam en nooit de etherische olie inwendig. De Europese Unie heeft de maximale thujonconcentratie in alcoholische dranken vastgesteld op 35 mg per kilogram. Bij twijfel altijd een erkend herborist of arts raadplegen.
Culinaire toepassingen
Absintalsem is vanwege zijn extreme bitterheid geen alledaags keukenkruid. Toch heeft de plant een rijke culinaire geschiedenis waarbij de bitterheid juist als kwaliteit werd beschouwd.
Bier smaakmaker vóór hop
Een weinig bekend weetje: middeleeuwse brouwers gebruikten soms absintalsem als bittermaker in bier, als onderdeel van het kruidenmengsel genaamd gruit, dat in de middeleeuwen werd gebruikt om bier op smaak te brengen en te conserveren. Gruit bestond uit verschillende kruiden waaronder gagel, duizendblad en soms ook absintalsem. Hop verving dit gebruik geleidelijk vanaf de 14e en 15e eeuw. In de Romeinse oudheid werd absintalsem ook gebruikt als smaakmaker in wijn, waarvan de wijnmaker Plinius de Oudere getuigt.
Vermout en kruidenwijnen
Het meest bekende culinaire gebruik is als smaakmaker in vermout en andere kruidenwijnen. Het woord vermout is rechtstreeks afgeleid van het Duitse Wermut. Eeuwenlang werd absintalsem gebruikt om slechte wijnen op smaak te brengen en te bewaren, met name in Italië, vanwaar de drank werd geëxporteerd naar Frankrijk en Engeland.
Kruidenbitters en digestieven
Absintalsem is een klassiek ingrediënt in kruidenbitters en digestieven. De bittere sesquiterpeenlactonen stimuleren de productie van maagsap en gal, wat de vertering van vetten bevordert. Veel klassieke Europese kruidenbitters bevatten absintalsem als smaakgevend kruid.
La Fée Verte: de absintdrank
Absintalsem is onlosmakelijk verbonden met de absintdrank, ook wel La Fée Verte (de Groene Fee) genoemd. De drank werd rond 1792 uitgevonden door de Franse arts Pierre Ordinaire als medicinale drank, hoewel sommige historici de Henriod-zusters uit Couvet als de ware uitvinders beschouwen. Absint is een sterke alcoholische drank op basis van absintalsem, anijs en venkel. In de tweede helft van de 19e eeuw werd de drank populair in Parijse kunstenaarskringen en werd hij gedronken door figuren als Vincent van Gogh, Oscar Wilde, Ernest Hemingway en Pablo Picasso.
Begin 20e eeuw werd absint verboden in vrijwel heel Europa en de Verenigde Staten vanwege de vermeende hallucinogene werking van thujon. In Nederland werd het verbod pas in 2004 opgeheven. Moderne wetenschappelijke onderzoeken hebben aangetoond dat thujon in de concentraties die in absint voorkomen geen hallucinogene werking heeft. De verhalen over hallucinaties waren waarschijnlijk te wijten aan het extreem hoge alcoholgehalte en de slechte kwaliteit van de destijds gebruikte alcohol. Ook de bewering dat Van Gogh zijn beroemde gele periode te danken had aan het drinken van absint is wetenschappelijk niet bewezen.
Van oudsher gebruik
Absintalsem heeft een van de langst gedocumenteerde volksmedicinale geschiedenissen van alle Europese kruiden. Van oudsher werd de plant gebruikt bij spijsverteringsklachten, als eetlustopwekkend middel en als middel bij parasitaire infecties. De Europese Farmacopee erkent het kruid officieel onder de naam Absinthii herba voor traditioneel gebruik bij lichte spijsverteringsklachten en verminderde eetlust.
De bittere sesquiterpeenlactonen in de plant stimuleren de afscheiding van maagsap, speeksel en gal, wat de eetlust opwekt en de vertering van vetten bevordert. Dit mechanisme is goed gedocumenteerd en verklaart de eeuwenlange volksmedische reputatie van de plant als digestivum.
De plant staat ook bekend om zijn insectenwerende en antiparasitaire eigenschappen. Van oudsher werden gedroogde takjes gebruikt om motten en andere insecten op afstand te houden. Dit gebruik is wetenschappelijk bevestigd via de insectenwerende werking van de etherische olie.
Een veelgeciteerd review-artikel van Batiha et al. (2020) in Antibiotics geeft een uitgebreid overzicht van de traditionele toepassingen, farmacologische effecten en veiligheidsaspecten van Artemisia absinthium L. Een tweede wetenschappelijk artikel van Ivanov et al. (2021) in Evidence-Based Complementary and Alternative Medicine bevestigt het traditionele gebruik bij spijsverteringsklachten via een etnofarmacologisch onderzoek. Voor specifiek medicinaal gebruik verwijzen wij u altijd naar een erkend herborist of arts.
Gebruik absintalsem niet tijdens de zwangerschap. Niet bij kinderen. Niet bij epilepsie, galwegaandoeningen of leverziekten. De plant bevat thujon dat bij overmatig gebruik neurotoxisch kan zijn. Gebruik altijd spaarzaam. Nooit de etherische olie inwendig gebruiken. Bij twijfel altijd een erkend herborist of arts raadplegen.
Spiritueel en ritueel gebruik
Absintalsem heeft in de Europese volksoverlevering een lange traditie als beschermend en reinigend kruid. In de middeleeuwse volksoverlevering werd de plant geassocieerd met bescherming tegen kwade geesten en ziekten. De plant speelde een rol in rituelen om helderziendheid te bevorderen en negatieve energieën af te weren. Dit is volksoverlevering en geen wetenschappelijk vastgesteld gebruik.
In de Slavische folklore wordt een takje absintalsem bij zich gedragen om rusalki te weren, kwaadaardige watergeesten. In de Griekse oudheid werd absintalsem gebruikt in rituele wijn om de doden te eren en geesten te begeleiden. In de middeleeuwen maakte de plant deel uit van de Nine Herbs Charm, een Angelsaksisch kruidenritueel ter bescherming tegen ziekte en kwaad.
In de christelijke symboliek stond alsem voor afscheid en rouw en werd hij gebruikt ter versiering van grafstenen en doodskisten. In het Bijbelboek Openbaring wordt een ster “Alsem” (Wormwood) genoemd die in het water valt en het bitter maakt. Er bestaat een folkloristische overlevering dat Johannes de Doper een gordel van alsem bij zich droeg tijdens zijn tocht door de woestijn, maar dit is niet historisch gedocumenteerd.
In de moderne kruidenmagie wordt absintalsem gebruikt als beschermend kruid en bij helderziendheidsrituelen. Sommige volksverhalen brengen de naam “absent” (afwezig, afscheid) in verband met de naam “absint”, maar etymologisch zijn deze woorden niet verwant: “absent” komt van het Latijnse absens, terwijl “absint” van het Griekse apsinthion afstamt.
Ecologische waarde
Absintalsem is een windbestuivende plant. De bloemen produceren geen significante nectar voor insecten maar worden wel bezocht door zweefvliegen en sommige insecten die op zoek zijn naar stuifmeel. Als windbestuiver produceert absintalsem grote hoeveelheden stuifmeel, wat de plant tot één van de bekendere allergene planten van de late zomer maakt.
De sterke aromatische geur van het blad werkt insectenwerend en kan als begeleidingsplant in de moestuin worden ingezet. Let er wel op dat de plant allelopathisch werkt: hij scheidt stoffen af die de groei van venkel en anijs in de directe omgeving kunnen belemmeren. Plant hem daarom niet direct naast deze gewassen.
Het zilvergrijs blad behoudt zijn decoratieve waarde het hele jaar door en geeft de tuin ook buiten het bloeiseizoen structuur en karakter. Gedroogde takjes absintalsem in de kledingkast weren motten effectief en zijn een volledig natuurlijk alternatief voor mottenballen.
Verzorgingstips
Standplaats
Volle zon is ideaal voor absintalsem. De plant verdraagt ook lichte halfschaduw maar de geur en de decoratieve waarde van het zilvergrijs blad zijn in volle zon het mooist. De plant is wind- en zoutbestendig en uitstekend geschikt voor tuinen aan de kust.
Bodem
Een goed doorlatende, droge, kalkrijke bodem heeft de voorkeur. Absintalsem groeit ook goed op schralere, arme grond. Op te voedselrijke grond wordt de groei weelderig maar verliest het blad zijn compacte, sierlijke vorm. Natte wintergrond is de grootste bedreiging voor de plant.
Water
Absintalsem is droogtetolerant en verdraagt geen natte grond. Geef spaarzaam water en laat de bodem goed drogen tussen de gietbeurten.
Winterhardheid
Absintalsem is goed winterhard tot -30°C en heeft geen bescherming nodig in de Nederlandse winter. Het blad blijft grotendeels groen in milde winters maar kan bij strenge vorst gedeeltelijk afsterven, waarna de plant in het voorjaar betrouwbaar uitloopt.
Snoeien
Snoei de plant begin maart flink terug tot circa 10 tot 15 centimeter boven de grond. Dit houdt de plant compact en vitaal en voorkomt verhouting. Snoei niet te vroeg want de plant is in het vroege voorjaar nog in rust ondergronds.
Bemesting
Absintalsem heeft weinig tot geen extra bemesting nodig. Op voedselarme grond volstaat een jaarlijkse bijgift van een kleine hoeveelheid rijpe compost. Te veel bemesting leidt tot minder aromatische, minder compacte bladeren.
Kweektips
Allelopathie: bewust planten
Allelopathie: bewust planten
Plant absintalsem bewust op een plek waar hij ongestoord kan groeien. De plant scheidt stoffen af die de groei van venkel en anijs in de directe omgeving wetenschappelijk aantoonbaar kunnen belemmeren. Diverse tuinbronnen vermelden ook een remmend effect op karwij en salie, maar dit is minder goed wetenschappelijk onderbouwd. Plant absintalsem daarom niet direct naast deze gewassen, maar wel als begeleidingsplant langs de rand van de moestuin.
Sierwaarde het hele jaar
Het zilvergrijs, viltig behaard blad van absintalsem behoudt zijn decoratieve waarde het hele jaar door, ook buiten het bloeiseizoen. In combinatie met donkergroene of bontbladige planten is het contrast bijzonder fraai. De plant is een uitstekende structuurplant voor de border of kruidentuin.
Insectenwering in de tuin
Naast zijn decoratieve waarde kan absintalsem worden ingezet als natuurlijk insectwerend middel in de tuin. Plant hem als begeleidingsplant langs de rand van de moestuin of kweektuin om schadelijke insecten op afstand te houden. Gedroogde takjes in de kledingkast of opslagruimte weren motten effectief.
Samenplanten
Absintalsem combineert prachtig met andere droogtetolerante vaste planten en kruiden in de border. Door zijn sierlijke zilvergrijs blad vormt hij een prachtig contrast met donkergroen of bontbladig loof en geeft hij de border het hele seizoen structuur en karakter.
Mooie combinaties zijn mogelijk met salie (Salvia officinalis) en hyssop (Hyssopus officinalis), beide droogtetolerante medicinale kruiden die gedijen op dezelfde zonnige, goed doorlatende standplaats, ook verkrijgbaar bij ons.
Vermijd combinaties met venkel en anijs vanwege de allelopathische werking van absintalsem. Combineer hem ook niet direct naast vochtminnende kruiden zoals munt, die andere groeiomstandigheden vereisen.
Ecologisch geteeld op de kwekerij
| Nederlandse naam | Absintalsem |
| Ook bekend als | Alsem, absint, wermoet, mottenkruid, bitterkruid, wormkruid, ruigblad, witte alsem (NL) · common wormwood, grand wormwood, absinthe wormwood (EN) · Wermut, Echter Wermut (DE) · grande absinthe, armoise absinthe (FR) · ajenjo (ES) · assenzio vero (IT) · losna (PT) · malurt (DK/NO) · malört (SE) · koiruoho (FI) · piołun (PL) · pelyněk pravý (CZ) · pelin (RO/BG) · fehér üröm (HU) · Afsanteen (AR) · 苦艾 kǔ ài (CN) · nigayomogi (JP) |
| Wetenschappelijke naam | Artemisia absinthium L. |
| Naam uitleg | Artemisia: verwijst naar de Griekse godin Artemis. Absinthium: van het Griekse apsinthion, “zonder zoetheid”, verwijzend naar de extreme bitterheid. Vastgelegd door Linnaeus in Species Plantarum 1753, pagina 848. |
| Synoniemen | Absinthium officinale Lam. · Absinthium vulgare (L.) Lam. |
| Familie | Composietenfamilie (Asteraceae) |
| Eerste documentatie | Ebers Papyrus, circa 1550 v.Chr. (Egypte). Vermeld door Hippocrates, Dioscorides en Galenus. Beschreven door Hildegard von Bingen (12e eeuw) en Rembert Dodoens (16e eeuw). |
| Herkomst | Inheems in Europa tot Siberië en westelijke Himalaya, en in Noord-Afrika |
| Status Nederland | Inheems, op de Nederlandse Rode Lijst als vrij zeldzaam en matig in aantal afgenomen |
| Potmaat | 1,2 liter |
| Levensduur | Meerjarig, half-wintergroen, keert elk voorjaar betrouwbaar terug |
| Hoogte | 60-120 cm |
| Groeiwijze | Bossig, rechtopstaand, halfhoutig aan de basis |
| Standplaats | Volle zon, ook lichte halfschaduw mogelijk, wind- en zoutbestendig |
| Bodem | Goed doorlatend, droog, kalkrijk, ook op schrale arme grond, verdraagt geen natte voeten |
| Winterhardheid | Zeer winterhard tot -30°C, geen bescherming nodig |
| Bladverliezend | Half-wintergroen, blad blijft grotendeels aanwezig bij milde winters |
| Woekert | Nee, maar zaait licht uit |
| Ook geschikt voor | Droge border, kruidentuin, kusttuinen, structuurplant, insectenwering in de tuin |
| Aandachtspunt | Allelopathisch: belemmert de groei van venkel en anijs in de directe omgeving |
| Bloeiperiode | Juli tot september |
| Bloemkleur | Lichtgeel, kleine bolvormige bloemhoofdjes in lange sierlijke pluimen |
| Aantrekkelijk voor | Windbestuiver, stuifmeel trekt zweefvliegen aan. Bladgeur werkt insectwerend 🌿 |
| Insectwerend | Ja, sterke bladgeur houdt schadelijke insecten en motten op afstand |
| Geur en smaak | Sterk aromatisch, uitgesproken bitter, geur vrijkomt direct bij aanraking van het blad |
| Inhoudsstoffen | Absinthin (0,20-0,28%), anabsinthin, artabsin, thujon, chamazuleen, flavonoïden, looistoffen, vitamine C, carotenen |
| Culinair gebruik | Smaakmaker in vermout en kruidenbitters, historisch in bier (gruit) vóór hop |
| Van oudsher gebruik | Van oudsher gebruikt in de volksgeneeskunde van Europa bij spijsverteringsklachten en als eetlustopwekkend middel. Opgenomen in de Europese Farmacopee als Absinthii herba. Raadpleeg altijd een erkend herborist of arts. |
| Overig gebruik | Gedroogde takjes weren motten in kledingkast, insectwerend in de tuin, sierwaarde in border |
| Giftig | Bevat thujon, neurotoxisch bij overmatig inwendig gebruik. Niet gebruiken tijdens zwangerschap, niet bij kinderen. Raadpleeg een herborist of arts. |
✅ Onbespoten
✅ Met de seizoenen mee gekweekt







Beoordelingen
Er zijn nog geen beoordelingen.