📦 Verzending €7,95 — gratis v.a. €111 · 🗓 Verstuurd elke dinsdag & donderdag · 🌿 Grootste muntcollectie van Nederland




Stinkende gouwe – Chelidonium majus
€ 4,95
Een plant met een verhaal van meer dan tweeduizend jaar. 🌿 Stinkende gouwe, ook bekend als wrattenkruid, is een inheemse meerjarige vaste plant met diep ingesneden, eikenbladachtige bladeren en heldergele bloemen die bloeien van april tot in de herfst. Breek een stengel en u ziet het onmiddellijk: een opvallend oranjegeel melksap sijpelt eruit, de signatuur van deze bijzondere plant. Al in de oudheid gebruikt als medicinaal kruid bij wratten, oogziekten en galklachten. De enige soort in het geslacht Chelidonium. Inheems, wintergroen en een waardevolle plant voor zweefvliegen en wilde bijen. Direct van de kwekerij, ecologisch geteeld en onbespoten. 🌿
Op voorraad
Wat is stinkende gouwe?
Stinkende gouwe kopen, direct van de kwekerij: Chelidonium majus L. is een inheemse meerjarige vaste plant uit de papaverfamilie (Papaveraceae) met diep ingesneden, eikenbladachtige bladeren en heldergele bloempjes die van mei tot ver in de herfst bloeien. De plant is in Europa al meer dan tweeduizend jaar bekend als medicinale plant en is onlosmakelijk verbonden met het oranjegele melksap dat vrijkomt bij het breken van een stengel of blad.
Stinkende gouwe wordt 30 tot 120 centimeter hoog en heeft rechtopstaande, vertakte stengels die licht behaard zijn. De bladeren zijn oneven geveerd of diep ingesneden en grof gekarteld, aan de bovenkant frisgroen en aan de onderkant blauwgroen. De bloemen bestaan uit vier heldergele bloemblaadjes van circa 18 millimeter lang, met twee vroeg afvallende kelkblaadjes. De vruchten zijn slanke peulen van circa 3 centimeter lang die bij rijpheid openspringen en de zaden verspreiden.
Het meest opvallende kenmerk is het oranjegele melksap dat vrijkomt bij het breken van een stengel, blad of wortel. Dit sap is onmiddellijk zichtbaar, goudgeel tot oranjegeel van kleur en krachtig van geur. Stinkende gouwe is een inheemse plant in Nederland. Ecologisch geteeld en onbespoten, direct van de kwekerij 🌿
De naam: Chelidonium majus L. en al zijn benamingen
De wetenschappelijke naam Chelidonium majus L. werd vastgelegd door Carl Linnaeus in zijn Species Plantarum op 1 mei 1753, pagina 505. De geslachtsnaam Chelidonium is afgeleid van het Griekse chelidon, wat zwaluw betekent. Er zijn meerdere verklaringen voor deze naam in omloop. De meest bekende is dat men in de oudheid geloofde dat zwaluwen het sap gebruikten om de ogen van hun blinde jongen te openen. Een tweede verklaring is dat de plant bloeit wanneer de zwaluwen aankomen in het voorjaar en verwelkt wanneer ze vertrekken.
Dioscorides beschreef in de eerste eeuw na Christus dat de naam afkomstig is van de wind genaamd Chelidonium die in het voorjaar waait wanneer de zwaluwen terugkomen. Een derde verklaring leidt de naam af van het middeleeuwse Latijn “coeli donum,” wat “geschenk van de hemel” betekent, vanwege de vermeende bijzondere krachten van de plant.
De soortnaam majus betekent “groter” in het Latijn, ter onderscheiding van Chelidonium minus, de vroegere naam voor speenkruid (Ficaria verna). De Nederlandse naam stinkende gouwe is samengesteld uit twee delen: stinkend verwijst naar de onaangename geur van de wortelstok bij beschadiging, en gouwe verwijst naar de goudgele kleur van de bloemen en het oranjegele melksap.
In Nederland: stinkende gouwe, wrattenkruid, zwaluwkruid, gouwe, grote gouwe, ogenkruid, ogenklaar, goudkruid, vuurkruid, hondkruid, schellekruid. Regionale dialectnamen: Oognkloar (Bathmen, Hardenberg), Oogntroost (Glanerbrug, Raalte), Galkruud (Nijverdal), Stjonkende Gouwe. In Vlaanderen: goudkruid, ogenklaar, schellekruid, vergefkruid, zwaluwkruid. In het Engels: greater celandine, swallowwort, tetterwort, nipplewort. In het Duits: Schöllkraut, Schellkraut, Schellwurz. In het Frans: grande chélidoine, chélidoine éclaire, herbe à la verrue, grande éclaire. In het Italiaans: celidonia maggiore. In het Spaans: celidonia mayor. In het Zweeds: skelört. In het Noors en Deens: svaleurt. In het Pools: glistnik jaskółcze ziele. In het Tsjechisch: vlaštovičník větší. In het Russisch: чистотел (chistotel). In het Fins: isovuohenjuuri.
Officiële documentatie
Chelidonium majus L. is als geaccepteerde soort opgenomen in Plants of the World Online (POWO/Kew), de International Plant Names Index (IPNI), het World Flora Online (WFO) en de GBIF-database. De eerste wetenschappelijke beschrijving door Linnaeus dateert uit 1753 en staat vermeld als Sp. Pl. 1: 505. POWO/Kew bevestigt het inheemse verspreidingsgebied als “Macaronesia, Europe to W. Siberia, Medit. to N. Iran.” Het geslacht Chelidonium omvat twee soorten: Chelidonium majus L. en Chelidonium sutchuenense Franch.
Herkomst en verspreiding
Stinkende gouwe is van oorsprong afkomstig uit het gematigde Europa, Macaronesia, het Middellandse Zeegebied tot in West-Siberië en noordelijk Iran. De plant is inheems in Nederland. Via menselijk transport heeft de plant zich inmiddels verspreid over Noord-Amerika, Australië en andere delen van de wereld. Stinkende gouwe heeft een voorkeur voor halfschaduwrijke, vochtige en voedselrijke plekken langs muren, in bossen, op bosranden en in tuinen.
Stinkende gouwe is een stikstofindicator: het voorkomen van de plant wijst op een stikstofrijke bodem. In Nederland is de plant algemeen voorkomend en staat vermeld in de Flora van Nederland als een wijdverspreide inheemse soort. De Oost-Aziatische populaties behoren tot de ondersoort asiaticum, de Europese populaties tot de ondersoort majus.
Geschiedenis
Stinkende gouwe heeft een van de langste medicinale geschiedenissen van alle Europese kruiden. Al in de eerste eeuw na Christus beschreven Dioscorides en Plinius de Oudere de plant uitgebreid in hun werken. Dioscorides beschreef het gebruik van het sap bij oogziekten en huidaandoeningen. Plinius de Oudere vermeldde de plant in zijn Naturalis Historia. In de middeleeuwen was stinkende gouwe een onmisbaar kruid in de kloosterapotheek van heel Europa.
In 1514 staat de plant vermeld in Den Grooten Herbarius als Scelwortele, wat terug te voeren is op de vroegmiddeleeuwse naam Scellewurtz. In 1526 beeldde de beroemde kunstenaar Albrecht Dürer de plant af, wat aantoont hoe bekend en gewaardeerd de plant in die tijd was. In 1700 publiceerde de Franse botanicus Joseph Pitton de Tournefort (1656-1708) al een beschrijving van de bloem van stinkende gouwe in zijn driedelige werk Institutiones Rei Herbariae.
Een bijzonder historisch weetje: stinkende gouwe is in de Russische taal bekend als чистотел (chistotel), wat letterlijk “reine huid” betekent. Dit verwijst rechtstreeks naar het volksgebruik van de plant bij huidaandoeningen en wratten, en toont aan hoe universeel dit gebruik door de eeuwen heen was.
Het oranjegele melksap: een uniek kenmerk
Het meest bijzondere kenmerk van stinkende gouwe is het oranjegele melksap dat vrijkomt bij het breken van een stengel, blad of wortel. Het sap van de wortel is oranje van kleur, terwijl het sap van de bovengrondse delen meer goudgeel is. Dit melksap bevat meer dan 40 verschillende alkaloïden, waaronder chelidonine, sanguinarine, berberine en chelerythrine. De isoquinoline-alkaloïden zijn verantwoordelijk voor de geeloranje kleur van het sap.
Bij direct contact met de ogen veroorzaakt het ruwe sap ernstige irritatie en brandend gevoel. Draag altijd handschoenen bij het werken met de plant. Het sap kleurt sterk en is moeilijk uit kleding te verwijderen. Vermijd oogcontact met het ruwe sap.
Inhoudsstoffen
Stinkende gouwe bevat een rijke en goed gedocumenteerde samenstelling van bioactieve stoffen. De belangrijkste zijn de isoquinoline-alkaloïden, waarvan er meer dan 40 zijn geïdentificeerd. De meest bekende zijn chelidonine, sanguinarine, berberine, chelerythrine, coptisine en protopine. Chelidonine is het meest voorkomende alkaloïd in de plant en heeft een krampstillende werking. Sanguinarine en chelerythrine zijn verantwoordelijk voor een deel van de antimicrobiële eigenschappen van de plant.
Naast alkaloïden bevat de plant flavonoïden, saponinen, etherische oliën en vitamine C. De alkaloïdenconcentratie is het hoogst in de wortels en neemt af naar de bovengrondse delen.
Een veelgeciteerd overzichtsartikel van Zielińska et al. (2018) in Frontiers in Pharmacology geeft een uitgebreid overzicht van 21 eeuwen medicinaal gebruik van Chelidonium majus vanuit het perspectief van de moderne farmacologie.
Stinkende gouwe als wrattenkruid
De bekendste toepassing van stinkende gouwe is als middel tegen wratten. Al meer dan tweeduizend jaar wordt het oranjegele sap van een verse stengel direct op wratten aangebracht. De werkwijze is eenvoudig: breek een verse stengel en breng het vrijkomende sap direct op de wrat aan, meerdere malen per dag gedurende meerdere weken. De wrat verkleurt langzaam en verdroogt. Dit uitwendige gebruik is historisch goed gedocumenteerd.
Het sap heeft een remmende werking op celdeling wat de werking bij wratten verklaart. Vermijd hierbij altijd contact van het sap met de omliggende gezonde huid en ogen. Draag handschoenen bij het werken met de plant. Raadpleeg bij aanhoudende huidproblemen altijd een arts of herborist.
Van oudsher gebruik
Stinkende gouwe heeft een goed gedocumenteerde volksmedische geschiedenis van meer dan tweeduizend jaar in Europa en Azië. Van oudsher werd de plant uitwendig gebruikt bij huidaandoeningen, wratten, eczeem en schimmelinfecties. De plant werd ook van oudsher gebruikt bij galklachten, spijsverteringsklachten en krampachtige klachten. Dioscorides beschreef in de eerste eeuw na Christus het gebruik bij oogziekten waarbij het sap met honing werd gekookt in een koperen pot, wat fundamenteel anders is dan het direct aanbrengen van het ruwe sap op de ogen.
Stinkende gouwe is een ingrediënt van Iberogast, een erkend fytotherapeutisch preparaat voor maag-darmklachten dat in Nederland en België verkrijgbaar is. Echter: ook bij gebruik van Iberogast zijn gevallen van leverschade gemeld. Stinkende gouwe is betrokken bij gedocumenteerde gevallen van leverschade wereldwijd. Inwendig gebruik is dus niet zonder risico, ook niet in gestandaardiseerde preparaten.
In de traditionele Chinese geneeskunde staat stinkende gouwe bekend als een warmte-afvoerend kruid. De Chinese Farmacopee van 2020 beschrijft de plant als bitter, koel en giftig, met een werking op de long- en maagmeridiaan.
Voor specifiek medicinaal gebruik verwijzen wij u altijd naar een erkend herborist of arts.
Het ruwe sap van stinkende gouwe is giftig bij inname en veroorzaakt bij direct contact met de ogen ernstige irritatie. Draag altijd handschoenen bij het werken met de plant. Vermijd oogcontact met het ruwe sap. Inwendig gebruik van stinkende gouwe is alleen verantwoord onder begeleiding van een erkend herborist of arts vanwege het risico op leverschade. Niet gebruiken tijdens zwangerschap of borstvoeding. Houd de plant buiten bereik van kinderen en huisdieren.
Stinkende gouwe en de alchemisten
Stinkende gouwe had in de middeleeuwen een bijzondere aantrekkingskracht op alchemisten. Het goudgele melksap van de plant werd beschouwd als een aanwijzing dat de plant verborgen kennis over goud in zich droeg. Alchemisten gebruikten stinkende gouwe in hun experimenten en bereidselen bij de zoektocht naar de steen der wijzen. Ook in middeleeuwse heksenzalven werd de plant verwerkt. Dit rijke spirituele en magische verleden maakt stinkende gouwe tot een van de meest fascinerende kruiden in de Europese traditie.
Spiritueel en ritueel gebruik
Stinkende gouwe heeft in diverse Europese tradities een bijzondere spirituele betekenis. De plant werd beschouwd als een beschermend kruid dat de drager vrijwaarde van narigheid en vijanden. In middeleeuwse legenden werd verteld dat het melksap was voortgekomen uit het bloed van Christus of uit het bloed van een slang. De plant werd samen met het hart van een mol in de jaszak gedragen als bescherming, een gebruik dat in meerdere middeleeuwse bronnen is gedocumenteerd.
In de Germaanse volksoverlevering stond stinkende gouwe bekend als een kruid met bijzondere beschermende krachten dat boven deuren werd gehangen om kwade geesten te weren. De naam “geschenk van de hemel” (coeli donum) verwijst naar de bijzondere status die de plant in de middeleeuwse geestelijke wereld had.
In de moderne kruidenmagie wordt stinkende gouwe gebruikt bij beschermingsrituelen en bij het bevorderen van persoonlijke kracht en zelfvertrouwen. Voor specifiek ritueel of spiritueel gebruik verwijzen wij u naar een erkend herborist of aromatherapeut.
Ecologische waarde
Stinkende gouwe is een waardevolle plant voor de biodiversiteit. De bloemen produceren geen nectar maar zijn bijzonder rijk aan stuifmeel en trekken daarmee massaal zweefvliegen, wilde bijen waaronder zandbijen, groefbijen en metselbijen, en hommels aan. De lange bloeiperiode van mei tot ver in de herfst maakt stinkende gouwe tot een betrouwbare stuifmeelbron gedurende een groot deel van het jaar.
De zaden hebben een wit olierijk aanhangsel, het mierenbroodje, dat mieren aantrekt. De mieren verslepen de zaden naar hun nest en dragen zo bij aan de verspreiding van de plant. Dit verspreidingsmechanisme staat bekend als myrmecochorie en is relatief zeldzaam in de Nederlandse flora. Als inheemse plant draagt stinkende gouwe bij aan het herstel van de biodiversiteit in de tuin.
Verzorgingstips
Standplaats
Stinkende gouwe groeit het beste op een halfschaduwrijke tot schaduwrijke standplaats. Volle schaduw wordt goed verdragen. In te veel zon kan de plant verdrogen en minder goed bloeien. De plant groeit uitstekend langs muren, onder struiken en op beschaduwde plekken.
Bodem
Een voedselrijke, humusrijke en licht vochtige bodem heeft de voorkeur. De plant gedijt uitstekend op stikstofrijke grond. Stinkende gouwe verdraagt geen extreme droogte. Geef voldoende water bij langdurige droogte maar vermijd wateroverlast.
Handschoenen
Draag altijd handschoenen bij het werken met stinkende gouwe. Het oranjegele melksap kleurt sterk en is moeilijk uit kleding te verwijderen. Vermijd oogcontact met het ruwe sap.
Winterhardheid
Stinkende gouwe is goed winterhard. De plant blijft deels groen door de winter en loopt in het vroege voorjaar betrouwbaar opnieuw uit.
Kweektips
Uitzaaien
De plant zaait zich gemakkelijk uit via mieren. Op gunstige halfschaduwrijke en voedselrijke plekken kan de plant zich sterk uitbreiden. Verwijder uitgebloeide zaaddozen tijdig als u dit wilt beperken. In een naturalistisch aangelegde tuin mag stinkende gouwe vrijelijk uitzaaien.
Wintergroen
Stinkende gouwe is deels wintergroen. De plant behoudt ook in de winter zijn bladeren en het oranjegele melksap blijft het hele jaar aanwezig in de plant.
Samenplanten
Stinkende gouwe combineert prachtig met andere schaduwminnende inheemse kruiden en vaste planten. De goudgele bloemen geven een warme, zonnige sfeer aan schaduwrijke borders en bostuinen. Mooie combinaties zijn mogelijk met knikkend nagelkruid (Geum rivale), adderwortel (Persicaria bistorta) en grote kattenstaart (Lythrum salicaria).
Stinkende gouwe past ook goed in een wilde of naturalistisch aangelegde hoek van de tuin waar ze vrijelijk kan uitzaaien. Combineer haar niet met droogteminnende mediterrane kruiden zoals lavendel of tijm die heel andere groeiomstandigheden vereisen.
Ecologisch geteeld op de kwekerij
| Nederlandse naam | Stinkende gouwe |
| Ook bekend als | Wrattenkruid, zwaluwkruid, gouwe, ogenkruid, ogenklaar, goudkruid, schellekruid (NL) · greater celandine, swallowwort, tetterwort (EN) · Schöllkraut, Schellkraut (DE) · grande chélidoine, herbe à la verrue (FR) · celidonia maggiore (IT) · celidonia mayor (ES) · skelört (SE) · svaleurt (NO/DK) · glistnik jaskółcze ziele (PL) · vlaštovičník větší (CZ) · чистотел chistotel (RU) |
| Wetenschappelijke naam | Chelidonium majus L. |
| Naam uitleg | Chelidonium: van het Griekse chelidon (zwaluw), verwijzend naar de zwaluw in volksoverlevering, of van het middeleeuwse Latijn “coeli donum” (geschenk van de hemel). Majus: Latijn voor “groter.” Vastgelegd door Linnaeus in Species Plantarum, 1 mei 1753, pagina 505. |
| Familie | Papaverfamilie (Papaveraceae) |
| Eerste documentatie | Dioscorides en Plinius de Oudere (1e eeuw n.Chr.). Vermeld in Den Grooten Herbarius (1514). Afgebeeld door Albrecht Dürer (1526). |
| Herkomst | Inheems in Europa, Macaronesia, Middellandse Zeegebied tot West-Siberië en Noord-Iran. In Nederland algemeen voorkomend. |
| Status Nederland | Inheems, algemeen voorkomend |
| Potmaat | 9×9 cm |
| Levensduur | Meerjarig, deels wintergroen |
| Hoogte | 30-120 cm |
| Groeiwijze | Rechtopstaand, vertakt, licht behaard |
| Standplaats | Halfschaduw tot schaduw, ook volle schaduw wordt verdragen |
| Bodem | Voedselrijk, humusrijk, matig vochtig, stikstofrijk. Stikstofindicator. |
| Winterhardheid | Goed winterhard, geen bescherming nodig |
| Wintergroen | Ja, deels wintergroen |
| Zaait zich uit | Ja, via mieren (myrmecochorie) |
| Ook geschikt voor | Schaduwborder, bosborder, langs muren, onder struiken, naturalistisch tuinieren |
| Aandachtspunt | Altijd handschoenen dragen. Sap kleurt sterk en is giftig bij inname. Oogcontact vermijden. |
| Bloeiperiode | Mei tot ver in de herfst, een van de langst bloeiende inheemse planten |
| Bloemkleur | Heldergeel, vier bloemblaadjes van circa 18 mm |
| Bijzonder kenmerk | Oranjegeel melksap bij breken van stengel, blad of wortel |
| Aantrekkelijk voor | Zweefvliegen, zandbijen, groefbijen, metselbijen en hommels 🐝 Geen nectar, wel rijk aan stuifmeel. |
| Zaadverspreiding | Via mieren (myrmecochorie), zaden hebben een olierijk mierenbroodje |
| Bijzonder kenmerk | Oranjegeel melksap met meer dan 40 alkaloïden waaronder chelidonine, sanguinarine, berberine en chelerythrine |
| Inhoudsstoffen | Isoquinoline-alkaloïden (chelidonine, sanguinarine, berberine, chelerythrine, coptisine, protopine), flavonoïden, saponinen, etherische oliën, vitamine C |
| Van oudsher gebruik uitwendig | Sap op wratten en huidaandoeningen. Al meer dan 2.000 jaar gedocumenteerd volksgebruik. |
| Van oudsher gebruik inwendig | Volksgeneeskunde bij galklachten en spijsverteringsklachten. Ingrediënt van Iberogast. Uitsluitend onder begeleiding van herborist of arts vanwege risico op leverschade. |
| Spiritueel gebruik | Bescherming, alchemie, middeleeuwse magie, beschermend amulet |
| Eetbaar | Nee, giftig bij inname |
| Waarschuwing | Giftig bij inname. Handschoenen dragen. Oogcontact vermijden. Inwendig gebruik alleen onder begeleiding van herborist of arts. Niet tijdens zwangerschap of borstvoeding. Buiten bereik van kinderen en huisdieren. |
✅ Onbespoten
✅ Met de seizoenen mee gekweekt






Beoordelingen
Er zijn nog geen beoordelingen.