📦 Verzending €7,95 — gratis v.a. €111 · 🗓 Verstuurd elke dinsdag & donderdag · 🌿 Grootste muntcollectie van Nederland

Gewone Smeerwortel – Symphytum officinale
€ 3,95
Gewone smeerwortel kopen, direct van de kwekerij? Symphytum officinale is de inheemse, echte medicinale smeerwortel die al eeuwenlang in Nederlandse en Belgische tuinen en kruidentuinen staat. De plant wordt 30 tot 100 centimeter hoog, bloeit van mei tot september met prachtige paarse, roze of witte klokvormige bloemen en keert als winterharde vaste plant elk voorjaar betrouwbaar terug. Rijk aan allantoïne, de werkzame stof waarvoor smeerwortel al sinds de oudheid gewaardeerd wordt, en een echte magneet voor bijen en hommels. Ecologisch geteeld en onbespoten, direct van de kwekerij 🌿
Op voorraad
Wat is gewone smeerwortel?
Gewone smeerwortel kopen, direct van de kwekerij: met Symphytum officinale haalt u één van de meest waardevolle en veelzijdige inheemse medicinale planten van Europa in huis.
Gewone smeerwortel is een robuuste, overblijvende vaste plant uit de ruwbladigenfamilie (Boraginaceae). De plant wordt 30 tot 100 centimeter hoog en heeft een imposante penwortel die tot wel een meter diep in de grond kan reiken. Van buiten is de wortel zwart, van binnen opvallend wit. De stengels zijn hol, vierkantig en sterk behaard, net zoals de grote, lancetvormige bladeren die ruw en zelfs licht stekelig aanvoelen bij aanraking. Bij het kneuzen van de bladeren komt een komkommerachtige geur vrij.
Van mei tot september bloeit gewone smeerwortel uitbundig met hangende trossen klokvormige bloemen van 2 tot 4 centimeter groot. De bloemkleur varieert van roomwit en lichtroze tot paars en violet, afhankelijk van het individu. De bloemen zijn bijzonder rijk aan nectar en stuifmeel en worden druk bezocht door hommels, wilde bijen en vlinders.
Gewone smeerwortel is van nature inheems in Nederland en België. Als winterharde vaste plant keert hij elk voorjaar betrouwbaar terug vanuit de diepe wortelstok.
De naam: Symphytum officinale en al zijn benamingen
De wetenschappelijke naam Symphytum officinale werd vastgesteld door Carl Linnaeus en voor het eerst gepubliceerd in zijn Species Plantarum op 1 mei 1753, pagina 136. De geslachtsnaam Symphytum is afgeleid van het Griekse werkwoord symphyein, wat samengroeien of vergroeien betekent. Dit verwijst direct naar de medicinale reputatie van de plant bij het herstellen van wonden en botbreuken.
De soortnaam officinale verwijst naar de officina, het bijgebouw van middeleeuwse kloosters waar monniken medicinale preparaten bereidden. Planten met de toevoeging officinale werden in die tijd als geneeskrachtig erkend en stonden in de apotheek. Andere bekende planten met dit toevoegsel zijn lavendel, salie en rozemarijn.
De Nederlandse naam smeerwortel verwijst naar de taaie, kleverige slijmstoffen die uit de wortel vrijkomen bij het oogsten. In het Frans heet de plant consoude, afgeleid van het Latijnse consolidare, vasthechten of samenvoegen. In het Engels staat de plant bekend als comfrey, een verbastering van het Franse consoude. In het Duits heet hij Beinwell, wat letterlijk “helend voor de benen of beenderen” betekent.
Officiële documentatie
Symphytum officinale L. is als geaccepteerde soort opgenomen in Plants of the World Online (POWO/Kew), de International Plant Names Index (IPNI), het World Flora Online (WFO) en de GBIF-database. De soort is inheems in Europa en West-Siberië en staat in Nederland vermeld in de Flora van Nederland (Heukels, 24e druk, 2020). De eerste wetenschappelijke beschrijving door Linnaeus in Species Plantarum (1753) geldt als de eerste geldige beschrijving.
Nederlandse en internationale benamingen
In Nederland en België: gewone smeerwortel, smeerwortel, heelwortel, heelbeen, hommelwortel, keelwortel, schuurwortel, spekwortel, timmersmanswortel, ezelsoor, dolle hondsbeien. Suikerwortel en suikwortel zijn historische volksnamen die door Heukels worden vermeld (niet te verwarren met Stevia). In het Engels: common comfrey, true comfrey, boneset, knitbone, consound, slippery-root, bruisewort, blackwort. In het Duits: Beinwell, Schwarzwurzel, Wallwurz, Gemeiner Beinwell. In het Frans: consoude officinale, grande consoude. In het Spaans: consuelda mayor, sínfito. In het Italiaans: consolida maggiore, sinfito. In het Zweeds: vallört. In het Pools: żywokost lekarski. In het Tsjechisch: kostival lékařský. In het Welsh: cyfardwf. In het Russisch: окопник лекарственный (okopnik lekarstvennyy).
Herkomst en verspreiding
Gewone smeerwortel is inheems in Europa en West-Siberië, van Groot-Brittannië en Ierland tot in Turkije en het westen van Siberië. Het verspreidingsgebied omvat vrijwel geheel Europa met uitzondering van het hooggebergte. In Nederland en België is de plant algemeen voorkomend en staat op de lijst van inheemse planten.
Van nature groeit gewone smeerwortel in vochtige, voedselrijke standplaatsen: langs rivieroevers, beken en sloten, in uiterwaarden, op dijken, in bermen en langs bosranden. De plant is via cultuur en handel ook ingevoerd en verwilderd in Noord-Amerika, Australië en andere gematigde gebieden wereldwijd.
Geschiedenis
De geschiedenis van smeerwortel als geneeskruid gaat terug tot de vroegste Griekse en Romeinse geschriften. De eerste vermelding in de geschreven literatuur dateert uit de vierde eeuw na Christus in het werk van Pseudo-Apuleius, die de plant beschreef onder de naam confirma, afgeleid van het Latijnse confirmare, vastmaken of versterken.
De Griekse arts en botanicus Dioscorides vermeldt in de eerste eeuw na Christus het gebruik van smeerwortel als wondkruid bij de behandeling van oorlogswonden in het leger van Alexander de Grote. Dioscorides was zelf arts in het Romeinse leger en gebruikte de plant actief in het veld. Plinius de Oudere schreef in diezelfde periode: “de wortels zijn zo lijmachtig dat ze vlees dat aan stukken is gehakt, weer samen zullen binden.”
In de middeleeuwen was smeerwortel een onmisbaar kruid in de kloostertuinen van Europa. Hildegard von Bingen beschreef de plant in de twaalfde eeuw en gebruikte afkooksels in wijn als kompres bij wonden. De Vlaamse arts en botanicus Rembert Dodoens beschreef in de zestiende eeuw uitgebreid de wondhelende en botherstellende werking. Gebroken botten waren één van de meest voorkomende toepassingen van smeerwortelkompressen in die tijd. In de middeleeuwen werden de jonge stengels ook als groente bereid, op de wijze van asperges.
Inhoudsstoffen
Gewone smeerwortel bevat een rijke en goed gedocumenteerde samenstelling van bioactieve stoffen. De belangrijkste is allantoïne, aanwezig in een concentratie van circa 0,8 procent in de wortel. Allantoïne stimuleert de celvorming en het herstel van weefsel, bevordert de aanmaak van kraakbeen, bindweefsel en botweefsel, en dringt diep door in weefsels.
Naast allantoïne bevat de plant rozemarijnzuur, looistoffen, slijmstoffen, steroïde saponinen, inuline, gom, caroteen, glycosiden, choline, vitamine B12, eiwit en zink.
Inwendig gebruik van gewone smeerwortel is in Nederland en België verboden vanwege de pyrrolizidine-alkaloïden die de plant bevat. Deze stoffen kunnen bij langdurig inwendig gebruik ernstige leverschade veroorzaken. Uitwendig gebruik op intacte huid is wel toegestaan. Raadpleeg altijd een erkend herborist of arts.
Culinaire toepassingen
Gewone smeerwortel is primair een medicinale en permacultuurplant, maar de bladeren en jonge stengels zijn historisch gezien ook als voedsel gebruikt.
Jonge bladeren en stengels
In de middeleeuwen werden de jonge stengels bereid als asperges. De jonge bladeren werden rauw of gekookt gegeten. Dit gebruik is historisch gedocumenteerd maar wordt tegenwoordig niet meer aanbevolen vanwege de aanwezigheid van pyrrolizidine-alkaloïden.
Smeerwortel als tuinmest en mulch
De rijke bladmassa van gewone smeerwortel wordt in de biologische en permacultuur-tuin op grote schaal ingezet. De bladeren zijn uitzonderlijk rijk aan kalium, stikstof en fosfor en kunnen tot drie keer per jaar worden geoogst als groene mulch rondom fruitbomen en in de moestuin. Van de bladeren maakt men ook smeerwortelgier: een krachtige vloeibare meststof die bijzonder effectief is voor kaliumbehoeftige gewassen zoals tomaten.
Smeerwortel als verfplant
Een weinig bekend feit: uit de bladeren en wortels van gewone smeerwortel kunnen kleurstoffen worden gewonnen. Afhankelijk van de bereidingswijze en het mordant levert de plant groene, bruine en gele tinten op. Dit maakt smeerwortel ook interessant voor liefhebbers van natuurlijk verven.
Van oudsher gebruik
Gewone smeerwortel wordt van oudsher uitwendig gebruikt in de volksgeneeskunde van Europa. De plant staat van oudsher bekend om haar toepassing bij kneuzingen, verstuikingen, spierpijn en gewrichtspijn. De bladeren en wortels werden van oudsher verwerkt tot kompressen, zalven en smeercrèmes die uitwendig werden aangebracht op intacte huid.
De werkzame stof allantoïne stimuleert de celvorming en het herstel van weefsel. Rozemarijnzuur, looistoffen en slijmstoffen dragen bij aan de verzachtende en huidherstellende eigenschappen van de plant.
De wetenschappelijke interesse in smeerwortel is goed gedocumenteerd. Een veelgeciteerd review-artikel van Staiger (2012) in Frontiers in Pharmacology geeft een uitgebreid overzicht van klinische studies naar het uitwendige gebruik van smeerwortelextract en concludeert dat uitwendige toepassing effectief en veilig is bij kneuzingen, verstuikingen en spierpijn. Voor specifiek medicinaal gebruik verwijzen wij u altijd naar een erkend herborist of arts.
Spiritueel en ritueel gebruik
Gewone smeerwortel heeft in de Europese kruidenmagie een bescheiden maar interessante traditie. De plant staat in meerdere volksoverleveringen bekend als een beschermend reiskruid. Een stukje wortel verpakt in de bagage zou deze beschermen tegen diefstal en verlies. De reiziger die een stukje wortel bij zich droeg zou onderweg beschermd zijn.
In de signatuurleer werd de kleverige, aaneengroeiende eigenschap van de wortel direct gekoppeld aan het vermogen van de plant om gebroken dingen samen te brengen, zowel letterlijk als figuurlijk. Het verbranden van gedroogde bladeren werd in de volksoverlevering gebruikt om negatieve energie te verdrijven.
In sommige volkstradities wordt smeerwortel ook in verband gebracht met het aantrekken van financieel geluk. Er wordt ook wel verteld dat de plant vroeger op begraafplaatsen werd geplant als beschermend kruid, al is dit niet officieel gedocumenteerd in botanische of historische bronnen. In de moderne kruidenmagie wordt smeerwortel nog steeds gebruikt als beschermend kruid voor reizigers en bij helingsrituelen.
Ecologische waarde
Gewone smeerwortel is één van de meest waardevolle bijenplanten van Europa. Uit wetenschappelijk onderzoek in Groot-Brittannië bleek dat Symphytum op de vierde plaats staat wat betreft nectarproductie per bloem, en dat de totale nectarproductie per jaar bijzonder hoog is.
De lange, buisvormige bloemen zijn speciaal geschikt voor langtongige hommels die de nectar vanuit de bloembuis kunnen bereiken. Korttongige bijen bijten soms onderin de kroonbuis een gat om toch bij de nectar te komen. Dit zogenaamde inbraakgedrag is goed zichtbaar aan de bruine gaatjes onderin de bloemen.
Gewone smeerwortel is ook een waardplant voor de Bonte beer (Arctia caja), een zeldzame en prachtige vlinder in Nederland. Als diepwortelende plant haalt smeerwortel mineralen op uit diepere bodemlagen en maakt deze beschikbaar voor andere planten via de bladmassa. Dit maakt hem een waardevolle soort in voedselbossen en permacultuur-tuinen.
Verzorgingstips
Standplaats
Gewone smeerwortel groeit in volle zon tot halfschaduw. De plant is veelzijdig en verdraagt ook schaduwrijkere plekken, maar bloeit het rijkst op een lichte tot licht beschaduwde standplaats.
Bodem
Voedselrijke, vochthoudende tot licht vochtige bodem heeft de voorkeur. De plant groeit op vrijwel alle grondsoorten behalve droge zure veengrond. Op klei doet gewone smeerwortel het uitstekend.
Water
Gewone smeerwortel is droogtetoleranter dan hij eruitziet dankzij zijn diepe penwortel, maar groeit het weelderigst op een vochtige standplaats. In droge zomers profiteert de plant van aanvullend water.
Winterhardheid
Gewone smeerwortel is zeer winterhard en verdraagt strenge vorst zonder problemen. De plant sterft bovengronds af in de herfst en loopt in het voorjaar betrouwbaar opnieuw uit vanuit de diepe wortelstok.
Snoeien
Maai of knip de plant twee tot drie keer per jaar terug voor een weelderige bladproductie en om ongewenste zaadvorming te voorkomen. Het afgesneden blad kunt u direct gebruiken als mulch of voor het maken van smeerwortelgier.
Bemesting
Gewone smeerwortel heeft weinig extra bemesting nodig. Op voedselarme grond volstaat een jaarlijkse bijgift van rijpe compost.
Kweektips
Vaste standplaats kiezen
Plant smeerwortel bij voorkeur op een vaste plek waar hij ongestoord kan groeien. De diepe penwortel breekt bij verplanten of omspiten gemakkelijk af en elk stukje wortel dat achterblijft vormt een nieuwe plant. Kies dus bewust voor de juiste plek.
Woekeren voorkomen
Gewone smeerwortel zaait licht uit. Verwijder de bloemstengels na de bloei als u ongewenste verspreiding via zaad wilt voorkomen. In een grote tuin, voedselbos of permacultuur-tuin is dit minder relevant en mag de plant vrijelijk groeien.
Oogsten van de bladeren
Oogst de bladeren voor gebruik als mulch of smeerwortelgier wanneer ze op hun grootst zijn, vlak voor of tijdens de bloei. Op dat moment is het gehalte aan voedingsstoffen het hoogst. Oogst nooit meer dan de helft van de plant tegelijk zodat hij snel kan herstellen.
Smeerwortelgier maken
Vul een emmer met verse smeerwortelblad en overgiet dit met een kleine hoeveelheid water. Laat een tot vier weken staan en roer dagelijks. Het resulterende donkere, sterk ruikende vocht is een uitzonderlijk rijke vloeibare meststof. Verdun tien delen water op één deel gier voor gebruik als bladvoeding of gietwater voor kaliumbehoeftige gewassen zoals tomaten.
Smeerwortelzalf en smeerwortelolie maken
De bladeren en wortels zijn uitstekend te verwerken tot een uitwendige zalf of olie. Infuseer hiervoor de verse of gedroogde bladeren in een warme draagolie zoals olijfolie of kokosolie gedurende vier tot zes weken op een warme plek. Zeef de olie en gebruik deze direct op de huid of verwerk hem tot een zalf met bijenwas. Alleen uitwendig gebruiken op intacte huid.
Samenplanten
Gewone smeerwortel combineert goed met andere robuuste vaste planten die houden van voedselrijke, licht vochtige standplaatsen. Mooie combinaties zijn mogelijk met kattenkruid, moerasspirea en andere medicinale kruiden met vergelijkbare groeiomstandigheden.
In de permacultuur-tuin en het voedselbos is smeerwortel een klassieke begeleiderplant voor fruitbomen. De diepe wortels breken de bodem op, de rijke bladmassa werkt als mulch en de bloemen trekken bestuivers aan die ook de fruitbomen bevruchten.
Als u meerdere smeerwortelsoorten wilt combineren: gewone smeerwortel staat prachtig naast blauwe smeerwortel (Symphytum azureum) voor een contrast in bloemkleur en hoogte, of met Symphytum grandiflorum als lage bodembedekker in de schaduwzone eronder.
Ecologisch geteeld op de kwekerij
| Nederlandse naam | Gewone smeerwortel |
| Ook bekend als | Smeerwortel, heelwortel, heelbeen, hommelwortel, ezelsoor (NL) · common comfrey, knitbone, boneset, bruisewort (EN) · Beinwell, Wallwurz (DE) · consoude officinale (FR) · consuelda mayor (ES) · consolida maggiore (IT) |
| Wetenschappelijke naam | Symphytum officinale L. |
| Naam uitleg | Symphytum van het Griekse symphyein (samengroeien). Officinale: van de kloosterapotheek, geneeskrachtig erkend. Eerste beschrijving door Linnaeus in Species Plantarum 1753, pagina 136. |
| Familie | Ruwbladigenfamilie (Boraginaceae) |
| Eerste documentatie | Pseudo-Apuleius (4e eeuw n.Chr.), Dioscorides (1e eeuw n.Chr.), Hildegard von Bingen (12e eeuw), Rembert Dodoens (16e eeuw) |
| Herkomst | Inheems in Europa en West-Siberië, in Nederland en België algemeen voorkomend langs rivieren, dijken en bermen |
| Potmaat | 9×9 cm |
| Levensduur | Meerjarig, keert elk voorjaar betrouwbaar terug vanuit de diepe penwortel |
| Hoogte | 30-100 cm |
| Standplaats | Volle zon tot halfschaduw, voedselrijke en licht vochtige bodem |
| Bodem | Voedselrijk, vochthoudend, vrijwel alle grondsoorten behalve droge zure veengrond, uitstekend op klei |
| Winterhardheid | Zeer winterhard, verdraagt strenge vorst |
| Bladverliezend | Ja, sterft bovengronds af in herfst, loopt voorjaar opnieuw uit |
| Woekert | Licht via zaad en wortelstokken, elk wortelstukje vormt nieuwe plant |
| Ook geschikt voor | Voedselbos, permacultuur-tuin, vijveroever, natuurlijke border, kruidentuin |
| Bloeiperiode | Mei tot september, lang bloeiend |
| Bloemkleur | Roomwit, lichtroze, paars tot violet, klokvormig in hangende trossen |
| Aantrekkelijk voor | Hommels, wilde bijen, vlinders, waardplant voor de Bonte beer (Arctia caja) 🐝 |
| Geur | Komkommerachtig bij het kneuzen van de bladeren |
| Eetbare delen | Historisch: jonge bladeren en stengels. Huidig gebruik als voedsel wordt afgeraden vanwege pyrrolizidine-alkaloïden. |
| Inhoudsstoffen | Allantoïne (ca. 0,8% in de wortel), rozemarijnzuur, looistoffen, slijmstoffen, saponinen, inuline, choline, vitamine B12, eiwit, zink |
| Tuingebruik | Smeerwortelgier, mulch, groenbemesting, verfplant (groene, bruine en gele kleurstoffen) |
| Van oudsher gebruik | Van oudsher uitwendig gebruikt bij kneuzingen, verstuikingen, spierpijn en gewrichtspijn. Raadpleeg altijd een erkend herborist of arts. |
| Giftig | Inwendig gebruik verboden in Nederland en België vanwege pyrrolizidine-alkaloïden. Uitwendig gebruik op intacte huid toegestaan. |
✅ Onbespoten
✅ Met de seizoenen mee gekweekt


Beoordelingen
Er zijn nog geen beoordelingen.