📦 Verzending €7,95 — gratis v.a. €111 · 🗓 Verstuurd elke dinsdag & donderdag · 🌿 Grootste muntcollectie van Nederland

Tulsi – Ocimum tenuiflorum (Heilige Basilicum plant)
€ 6,95
Tulsi kopen direct van de kwekerij? Tulsi, ook bekend als heilige basilicum, is een aromatisch kruid uit India met een warme, kruidige geur en een licht peperige smaak met een vleugje kruidnagel. Al meer dan 3.000 jaar neemt deze bijzondere plant een centrale plaats in binnen de Ayurveda en het hindoeïsme, waar zij wordt vereerd als heilig. De verse bladeren zijn heerlijk als thee, in Aziatische gerechten of gewoon om van te genieten op uw terras of balkon. Ecologisch geteeld en onbespoten, direct van de kwekerij 🌿
1 op voorraad
Wat is tulsi?
Tulsi kopen, direct van de kwekerij: met deze bijzondere plant haalt u één van de heiligste en meest veelzijdige kruiden ter wereld in huis. Tulsi (Ocimum tenuiflorum), ook wel heilige basilicum of holy basil genoemd, is een aromatische, rechtopstaande, veelvertakte struikachtige plant uit de lipbloemenfamilie (Lamiaceae). De plant wordt 30 tot 60 centimeter hoog en heeft vierkante, licht behaarde stengels die groen tot roodachtig van kleur zijn. De bladeren zijn eirond, licht getand en tot 5 centimeter lang, met een levendig groene kleur bij de meest geteelde variëteiten.
De bladeren en stengels zijn bezaaid met kleine klierhaartjes die de karakteristieke etherische oliën bevatten en bij aanraking direct een warme, kruidige geur afgeven. In de zomermaanden vormt tulsi sierlijke, langwerpige bloemtrossen met kleine paars-witte lipbloempjes die in dichte kransen zijn gerangschikt. Deze bloemen zijn geliefd bij bijen en andere bestuivers. Na de bloei vormt de plant kleine, ovale zaadjes.
Tulsi wordt al meer dan 3.000 jaar gekweekt in India, waar de plant een diepgewortelde rol speelt in het dagelijks leven: als heilig kruid in het hindoeïsme, als geneeskruid in de Ayurveda, als thee en als keukenkruid.
De naam: Ocimum tenuiflorum en al zijn benamingen
De wetenschappelijke naam Ocimum tenuiflorum werd vastgesteld door Carl Linnaeus en voor het eerst gepubliceerd in zijn standaardwerk Species Plantarum in 1753 (pagina 597). De naam Ocimum is afgeleid van het Oudgriekse woord ṓkimon, de naam voor basilicum. Tenuiflorum betekent in het Latijn “met kleine of fijne bloemen”, een verwijzing naar de fijne, paarsachtige lipbloempjes van de plant.
Een veelgebruikte synoniem is Ocimum sanctum L., waarbij sanctum “heilig” betekent, een directe verwijzing naar de heilige status van de plant binnen het hindoeïsme. In het Sanskriet heet de plant Tulasi, wat “onvergelijkbaar” betekent. Een andere Sanskrietnaam is Surasah, wat “geliefd door de goden” betekent. In het Hindi spreekt men van Tulsi. Andere traditionele Sanskrietbenamingen zijn Haripriya (“geliefd door Vishnu”) en Bhutagni (“vernietiger van demonen”).
Officiële documentatie
Ocimum tenuiflorum is gedocumenteerd en bevestigd door de belangrijkste internationale botanische autoriteiten. Plants of the World Online (POWO/Kew) erkent Ocimum tenuiflorum L. als de geaccepteerde naam, met Ocimum sanctum L. als synoniem. De soort is eveneens opgenomen in de International Plant Names Index (IPNI), het World Flora Online (WFO) en de GBIF-database. De publicatie van Linnaeus in Species Plantarum (1753) geldt als de eerste geldige wetenschappelijke beschrijving.
Nederlandse en internationale benamingen
Tulsi kent wereldwijd tientallen namen. In het Nederlands: heilige basilicum, Indiase basilicum. In het Engels: holy basil, sacred basil. In het Duits: heiliges Basilikum, Indisches Basilikum, Königskraut. In het Frans: basilic sacré. In het Spaans: albahaca sagrada. In het Italiaans: basilico sacro. In het Thai: kraphao (กะเพรา). In het Vietnamees: húng quế. In het Indonesisch: daun ruku-ruku. In het Japans: kami-mebōki. In het Sanskriet: Tulasi, Surasah, Haripriya. In het Hindi: Tulsi. In Fiji staat de plant bekend als tamole of damole.
Herkomst en verspreiding
Tulsi is inheems aan de tropische en subtropische gebieden van Azië, van India, Bangladesh, Pakistan, Nepal en Sri Lanka tot Myanmar, Thailand, Laos, Vietnam, China, de Filippijnen, Indonesië, Australië en de westelijke Pacific. De plant groeit in het wild op open bosranden, wegbermen en braakliggende grond, van zeeniveau tot in de uitlopers van de Himalaya. In India wordt tulsi beschouwd als de meest alomtegenwoordige medicinale en heilige plant: vrijwel ieder huishouden kweekt haar in de tuin of binnenplaats. De plant heeft zich door cultuur en handel ook verspreid over grote delen van tropisch Amerika, Afrika en het Caribisch gebied, waar zij is verwilderd en ingeburgerd.
Geschiedenis
De geschiedenis van tulsi in India is onlosmakelijk verbonden met de oudste lagen van de Indiase beschaving. De plant wordt vermeld in de Vedische geschriften, waaronder de Puranas, de heilige teksten van het hindoeïsme die deels teruggaan tot meer dan 3.000 jaar voor onze tijdrekening.
In de Ayurveda, het traditionele geneeskundige systeem van India, wordt tulsi al duizenden jaren beschreven als een van de belangrijkste adaptogene kruiden. De Charaka Samhita, één van de oudste en meest gezaghebbende Ayurvedische teksten, bevat verwijzingen naar tulsi als medicinaal kruid dat wordt ingezet als versterkend kruid bij seizoensgebonden klachten. In de Bhavaprakasha Nighantu, een gezaghebbend Ayurvedisch kruidenboek uit de 16e eeuw, wordt tulsi uitdrukkelijk aangeduid als Rasayana-kruid, een kruid dat de vitaliteit verlengt en het lichaam in balans brengt.
In de hindoemythologie speelt tulsi een centrale rol in de legende van de Samudramanthana, het “karnen van de kosmische oceaan”, waarin Vishnu de tulsi liet groeien als behoedster van de mensheid. De plant wordt eveneens beschreven in de Padma Purana en de Skanda Purana in het verhaal van Vrinda, een vrome vrouw wier toewijding aan Vishnu zo groot was dat zij na haar dood door hem werd omgevormd tot de tulsi-plant. De Europese botanische wereld leerde de plant kennen via Carl Linnaeus, die haar in 1753 formeel beschreef in zijn Species Plantarum op basis van exemplaren uit Aziatische collecties.
Inhoudsstoffen
Tulsi bevat een rijke en goed gedocumenteerde samenstelling van bioactieve stoffen. De belangrijkste zijn de etherische oliën, met als dominante verbinding eugenol, dezelfde stof die verantwoordelijk is voor de typische geur en smaak van kruidnagel en die aanwezig is in concentraties van 80 tot 90 procent in kruidnagelolie.
Andere belangrijke etherische oliecomponenten in tulsi zijn linalool, carvacrol, bèta-caryofylleen en methyl-eugenol. Naast de etherische oliën bevat tulsi een indrukwekkende reeks fenolische verbindingen: rozemarijnzuur (rosmarinic acid) en ursolzuur (ursolic acid) zijn de meest gedocumenteerde, aangevuld met oleanolzuur, caffeïnezuur en een breed scala aan flavonoïden waaronder apigenine en luteoline. Deze verbindingen zijn verantwoordelijk voor de antioxidatieve eigenschappen van de plant. Tulsi bevat ook calcium, fosfor, ijzer en vitamine C. De concentratie aan etherische oliën is het hoogst vlak voor en tijdens de bloei, wat de beste oogsttijd bepaalt.
Culinaire toepassingen
Tulsi is een verrassend veelzijdig kruid in de keuken, met een warme, kruidig-peperige smaak en een subtiele ondertoon van kruidnagel die geen enkel ander kruid u geeft.
Tulsi-thee: het dagelijkse ritueel
De meest geliefde toepassing in Nederland is een kop verse tulsi-thee. Pluk een handvol verse bladeren, overgiet ze met heet water en laat drie tot vijf minuten trekken. Dek de kop af tijdens het trekken om de vluchtige etherische oliën te bewaren. Het resultaat is een warme, kruidige, licht peperige thee die van nature cafeïnevrij is. Voor extra diepte voegt u een plakje verse gember en een theelepeltje honing toe. Een combinatie met citroengras geeft een verfrissende variant die ook koud heerlijk is over ijs met een schijfje citroen. In de Ayurveda wordt tulsi-thee van oudsher gedronken als dagelijks ochtenditueel, bij voorkeur op de nuchtere maag, als rustgevend begin van de dag.
Phat kaphrao: het nationale gerecht van Thailand
In Thailand staat tulsi bekend als kraphao (กะเพรา) en is het het centrale kruid in phat kaphrao, het onofficiële nationale gerecht van Thailand. Dit krachtige roerbakgerecht combineert gehakt varkensvlees of kip met verse knoflook, chilipepers, vissaus, oestersaus en een royale hoeveelheid verse tulsi-bladeren die pas op het allerlaatste moment door het hete wokgerecht worden geroerd. Het hoge vuur laat de bladeren licht slinken terwijl hun aromatische oliën vrijkomen en het hele gerecht doordringen met hun kenmerkende kruidige, licht peperige aroma.
Geserveerd met witte rijst en een gebakken ei is phat kaphrao een gerecht dat u thuis eenvoudig kunt maken met de verse tulsi van uw eigen plant. De verse bladeren worden in de Thaise keuken ook verwerkt in pittige curries, kokossoepen en andere wokgerechten.
Indiase keuken: van chai tot chutney
In India zijn de toepassingen van tulsi in de keuken breed en gevarieerd. De verse bladeren worden rauw gegeten, fijngehakt over dals en rijstgerechten gestrooid, of meegestoofd in heldere kruidentheeën en soepen. Een klassieke Indiase bereiding is tulsi gecombineerd met verse gember, zwarte peper en honing als verkwikkende warme drank bij het begin van het koude seizoen. De bladeren worden ook verwerkt in verse groene chutneys samen met koriander, groene chili en limoensap, een frisse saus die uitstekend past bij platbrood, gegrild vlees of als dipsaus bij groenten. In sommige delen van India worden de bladeren ook toegevoegd aan masala chai voor een extra aromatische dimensie.
Soepen, sauzen en pesto
Buiten de Aziatische keukens is tulsi ook uitstekend te verwerken in westerse bereidingen. Een tulsi-pesto, bereid met cashewnoten, knoflook, olijfolie en limoensap in plaats van citroen, is een verrassende en smaakvolle variant op de klassieke Italiaanse pesto. De verse bladeren zijn ook een bijzondere toevoeging aan tomatensoepen en heldere groentebouillons, waar ze een diepere, warmere smaak geven dan gewone basilicum. Tulsi combineert goed met tomaat, courgette, aubergine en peulvruchten.
Bloemen
Ook de kleine, paarsachtige bloemen van tulsi zijn volledig eetbaar en bezitten hetzelfde aromatische profiel als de bladeren, zij het iets milder van smaak. Ze vormen een sierlijk en smaakvol garnering op salades, soepen, desserts en drankjes, en zijn een bijzondere toevoeging die weinig mensen kennen.
Van oudsher gebruik
Tulsi wordt van oudsher gebruikt in de volksgeneeskunde van India en grote delen van Zuidoost-Azië, onder meer als adaptogeen kruid binnen de Ayurveda, de Siddha-geneeskunde en de Unani-traditie. Alle delen van de plant worden in de volksoverlevering vermeld: bladeren, bloemen, stengels, wortels en zaden. De plant wordt traditioneel in verband gebracht met ondersteuning van de luchtwegen, de spijsvertering en de weerstand van het lichaam in periodes van stress. In de Ayurvedische traditie wordt tulsi ingenomen als verse thee, vermengd met ghee, of als gedroogd poeder opgelost in warm water. Een klassieke volksreceptuur combineert tulsi met zwarte peper, gember en honing als warme drank bij verkoudheid en luchtwegklachten.
Van oudsher wordt tulsi ook rondom woningen en tempels geplant vanwege de muggenwerende eigenschappen van de etherische oliën, wat ook bevestigd wordt in wetenschappelijk onderzoek naar de muggenwerende werking van eugenol. De wetenschappelijke interesse in tulsi groeit gestaag: een veelgeciteerd review-artikel van Cohen (2014) in het Journal of Ayurveda and Integrative Medicine concludeert dat tulsi een unieke combinatie van farmacologische eigenschappen bezit die haar tot één van de meest veelzijdige en goed gedocumenteerde kruiden binnen de Ayurveda maakt. Voor specifiek medicinaal gebruik verwijzen wij u altijd naar een erkend herborist of arts.
Spiritueel en ritueel gebruik
Tulsi is één van de heiligste planten binnen het hindoeïsme, en met name binnen het Vaishnavisme, de stroming die Vishnu als hoogste godheid vereert. Volgens de mythologie beschreven in de Padma Purana en de Skanda Purana is de tulsi-plant de aardse gedaante van Vrinda, een godvruchtige vrouw die door Vishnu werd omgevormd tot deze plant. De plant wordt beschouwd als een incarnatie van de godin Tulsi Devi, ook wel vereenzelvigd met Lakshmi, de godin van welvaart en geluk, of met Radha, de geliefde van Krishna. Wie voor de tulsi-plant buigt, buigt voor de Godin zelf.
In het dagelijks religieus leven van miljoenen hindoes neemt de tulsi-plant een centrale plaats in. Elke ochtend wordt de plant bewaterd, soms zevenmaal rondgelopen (parikrama), en verlicht met een diya, een aarden olielampje gevuld met ghee. Bij zonsondergang wordt opnieuw een lamp ontstoken naast de plant. Er worden mantras gezongen, bloemen aangeboden en kumkum en sandelpasta aangebracht. Er zijn vaste regels: op zondag, op Ekadashi en tijdens de late avond worden geen bladeren geplukt, want de plant “rust” op die momenten.
Het hoogtepunt van de jaarlijkse tulsi-verering is het Tulsi Vivaha-festival, dat wordt gevierd op de elfde dag van de wassende maan in de hindoeïstische maand Kartika, doorgaans enkele weken na Diwali. Tijdens dit vijf dagen durende festival wordt de tulsi-plant ceremonieel uitgehuwelijkt aan de heer Vishnu in de gedaante van de Shaligram-steen, een heilige riviersteen uit de Gandak-rivier in Nepal.
De plant wordt getooid met een rode sari, versierd met suikerriet, mangobladeren en bloemen, en de ceremonie verloopt als een traditionele hindoeïstische bruiloft. Het Tulsi Vivaha luidt tevens het officiële begin in van het jaarlijkse huwelijksseizoen in India. Ook buiten het hindoeïsme wordt tulsi steeds meer gewaardeerd in meditatieve en spirituele praktijken, als plant die rust, zuiverheid en een heldere geest in huis brengt.
Ecologische waarde
Tulsi is een uitstekende bijenplant en trekt ook vlinders, hommels en talrijke andere bestuivers aan. De kleine, paarsachtige lipbloemen zijn rijk aan nectar en verschijnen van juni tot september, een periode waarin bestuivers dankbaar zijn voor elke bloeiende plant. Door tulsi in de tuin, op het terras of het balkon te kweken draagt u actief bij aan de lokale biodiversiteit. In stedelijk gebied, waar bloeiende kruidenplanten schaars zijn, is tulsi een waardevolle aanvulling voor bijen en andere insecten. De etherische oliën van de plant houden muggen op afstand, wat de plant ook ecologisch interessant maakt in de directe woonomgeving.
Verzorgingstips
Standplaats
Tulsi houdt van warmte en volledige zon. Kies een zonnige, windbeschermde plek. Koude wind en regen verdraagt tulsi slecht. In Nederland wordt de plant het best gehouden in een pot op een warm, beschut terras of balkon. Binnenshuis gedijt tulsi goed op een lichte, warme vensterbank op het zuiden of westen.
Bodem
Gebruik voedzame, goed doorlatende potgrond met een neutrale pH. Vermijd zware, leemachtige grond die water vasthoudt en de wortels verstikt. Een bijmenging van circa een vijfde deel rijpe compost geeft de plant een goede start.
Water
Geef regelmatig water, maar zorg dat de pot nooit in water staat. Tulsi houdt van vochtige maar niet natte grond. Laat de bovenste centimeter grond licht opdrogen tussen twee waterbeurten. Te veel water is de meest voorkomende oorzaak van tegenvallende groei en bladval bij tulsi. Geef bij voorkeur water aan de voet van de plant en niet over de bladeren.
Winterhardheid
Tulsi is niet winterhard en vorstgevoelig. Breng de plant ruim voor de eerste nachtvorst naar binnen op een lichte, warme plek van minimaal 15 graden. In Nederland kan tulsi buiten staan van half mei, nadat de kans op nachtvorst voorbij is, tot september.
Snoeien
Knip regelmatig de bloemstengels weg zodra deze verschijnen. Dit stimuleert de aanmaak van nieuwe bladeren en houdt de plant compact en productief. Na het wegknippen van de bloemstengel vormt de plant vanuit de bladoksels snel twee nieuwe scheuten.
Bemesting
Geef eenmaal per twee weken een kleine hoeveelheid vloeibare kruidenmest tijdens het groeiseizoen. Overdaad aan voeding leidt tot weelderige maar minder aromatische bladeren. Stop met bemesten zodra de plant naar binnen gaat voor de winter.
Kweektips
Buiten plaatsen
Zet tulsi pas buiten na half mei, als de kans op nachtvorst voorbij is en de nachten structureel boven de 10 graden blijven. Harden de plant eerst af door haar een week lang overdag buiten te zetten op een beschutte plek en ’s nachts weer naar binnen te halen. Kies de warmste en meest beschutte plek die u heeft, het liefst tegen een muur op het zuiden die overdag warmte opslaat en ’s nachts afgeeft.
Potgrootte
Gebruik een ruime pot van minimaal 5 liter met een goed drainagegat. Tulsi vormt een stevige wortelkluit en heeft ruimte nodig om goed te groeien. In een te kleine pot droogt de grond te snel uit, groeit de plant minder krachtig en schiet zij sneller in bloei.
Oogsten
Oogst de bladeren regelmatig in kleine hoeveelheden, steeds vanaf de bovenkant van de plant. Knip de scheuten net boven een bladpaar af. De plant vormt dan vanuit de twee bladoksels nieuwe scheuten en wordt steeds bossiger en rijker van blad. Oogst nooit meer dan een derde van de plant tegelijk. De bladeren zijn het meest aromatisch en rijk aan etherische oliën vlak voor en tijdens de bloei.
Bloei voorkomen
Zodra bloemstengels verschijnen, knipt u deze direct weg. Zodra tulsi volop bloeit, concentreert de plant haar energie op zaadvorming en neemt de bladproductie sterk af. Door consequent te toppen houdt u de oogst op gang en de plant in optimale conditie. Laat de plant aan het einde van het seizoen eventueel wél bloeien voor de bestuivers en voor zaadvorming.
Binnen overwinteren
Tulsi kan worden overwinterd op een lichte, warme vensterbank van minimaal 15 graden. Geef in de winter aanzienlijk minder water en stop volledig met bemesten. De plant groeit trager maar blijft leven. Verwijder vergeelde bladeren regelmatig. In het voorjaar kan de plant geleidelijk weer worden gewend aan buiten staan door haar eerst overdag buiten te zetten en ’s nachts nog binnen te houden.
Samenplanten
Tulsi staat het best op zichzelf of naast andere warmteminnende kruiden met vergelijkbare groeiomstandigheden: volle zon, goed doorlatende grond en weinig vocht. Een inspirerende combinatie is tulsi samen met ashwagandha, een andere iconische plant uit de Ayurvedische traditie die dezelfde warmte en droogtetolerantie heeft, ook verkrijgbaar bij Kruidenkweker.nl. Eveneens goed te combineren met jiaogulan en gotu kola, twee andere adaptogene kruiden met een rijke geschiedenis in de Aziatische geneeskunde, die u bij ons kunt vinden. Vermijd combinaties met vochtminnende kruiden zoals munt, die andere groeiomstandigheden vereisen en tulsi in de problemen kunnen brengen.
Ecologisch geteeld op de kwekerij
| Nederlandse naam | Heilige basilicum |
| Ook bekend als | Tulsi, tulasi, holy basil, sacred basil (EN) · heiliges Basilikum, Indisches Basilikum (DE) · basilic sacré (FR) · albahaca sagrada (ES) · kraphao กะเพรา (TH) · húng quế (VN) · daun ruku-ruku (ID) · Tulasi / Surasah / Haripriya (Sanskriet) |
| Wetenschappelijke naam | Ocimum tenuiflorum L. |
| Naam uitleg | Ocimum van het Oudgriekse ṓkimon (basilicum). Tenuiflorum van het Latijnse tenuis (klein, fijn) + flos (bloem): “met kleine fijne bloemen”. Eerste beschrijving door Linnaeus in Species Plantarum 1753, pagina 597. |
| Synoniem | Ocimum sanctum L. |
| Familie | Lipbloemenfamilie (Lamiaceae) |
| Eerste documentatie | Vermeld in de Vedische geschriften en de Charaka Samhita (circa 300-200 v.Chr.). Eerste westerse beschrijving door Linnaeus in 1753. |
| Herkomst | Inheems in tropisch en subtropisch Azië: India, Bangladesh, Pakistan, Nepal, Sri Lanka, Myanmar, Thailand, Vietnam, China, Indonesië, Australië en de westelijke Pacific |
| Potmaat | 9×9 cm |
| Levensduur | Overblijvend in tropisch klimaat, in Nederland als kuipplant seizoensgebonden te houden |
| Hoogte | 30-60 cm |
| Standplaats | Volle zon, warm en windbeschut, ook als kamerplant op een lichte vensterbank |
| Bodem | Voedzaam, goed doorlatend, neutrale pH |
| Winterhardheid | Niet winterhard, vorstgevoelig, binnen overwinteren op minimaal 15°C |
| Bladverliezend | Nee, met juiste zorg kan hij groenblijvend blijven, binnenshuis het hele jaar |
| Woekert | Nee |
| Ook geschikt voor | Terras, balkon, kamerplant, moestuin, kruidentuin |
| Aandachtspunt | Buiten plaatsen pas na half mei, eerst afharden, gevoelig voor koude wind en overmatig water |
| Bloeiperiode | Juni tot september |
| Bloemkleur | Paars tot wit, kleine lipbloempjes in dichte kransen op langwerpige bloemtrossen |
| Aantrekkelijk voor | Bijen, hommels, vlinders en andere bestuivers 🐝 |
| Smaak en geur | Warm, kruidig en licht peperig met een subtiele ondertoon van kruidnagel, sterk aromatisch bij aanraking |
| Eetbare delen | Bladeren en bloemen |
| Inhoudsstoffen | Eugenol, linalool, carvacrol, bèta-caryofylleen, rozemarijnzuur, ursolzuur, oleanolzuur, flavonoïden, calcium, fosfor, ijzer en vitamine C |
| Culinair gebruik | Kruidenthee, wokgerechten, soepen, curry’s, chutneys, sauzen, pesto |
| Van oudsher gebruik | Van oudsher gebruikt in de Ayurveda, Siddha en Unani volksgeneeskunde als adaptogeen kruid. Raadpleeg altijd een erkend herborist of arts. |
| Spiritueel en ritueel gebruik | Heilige plant in het hindoeïsme, gewijd aan Vishnu, centraal in dagelijkse gebeden en het Tulsi Vivaha-festival |
| Giftig | Niet giftig |
✅ Onbespoten
✅ Met de seizoenen mee gekweekt

Beoordelingen
Er zijn nog geen beoordelingen.