📦 Verzending €7,95 — gratis v.a. €111 · 🗓 Verstuurd elke dinsdag & donderdag · 🌿 Grootste muntcollectie van Nederland



Moederkruid – Tanacetum parthenium
€ 3,75
Een kruid met een geschiedenis die teruggaat tot de oudheid en een naam die alles zegt. 🌿 Moederkruid, ook bekend als feverfew, is een meerjarige vaste plant met sierlijke witgele bloemen die sterk doen denken aan kleine margrietjes. De geur is aromatisch en kamille-achtig, het blad is ingesneden en helder groen. Al eeuwenlang een vaste bewoner van kloostertuinen en kruidentuinen in heel Europa, gewaardeerd om zijn medicinale eigenschappen en zijn sierwaarde. Meerjarig, winterhard en gemakkelijk in onderhoud. Direct van de kwekerij, ecologisch geteeld en onbespoten. 🌿
Uitverkocht
Meld u aan voor een voorraadmelding
Wat is moederkruid?
Moederkruid kopen, direct van de kwekerij: Tanacetum parthenium (L.) Sch. Bip. is een meerjarige vaste plant uit de composietenfamilie (Asteraceae) met sierlijke witgele bloemhoofdjes die sterk lijken op kleine margrietjes of kamillebloemen.
De plant wordt 30 tot 60 centimeter hoog, heeft ingesneden, geelgroene bladeren en een opvallende kamferachtige geur die vrijkomt bij het aanraken van het blad. Van juni tot september staat hij rijkelijk in bloei. Moederkruid is winterhard, meerjarig en weinig veeleisend.
Al voor het jaar 1500 werd de plant vanuit Zuidoost-Europa naar de Lage Landen gebracht, waar hij sindsdien een vaste plek heeft in kruidentuinen, kloostertuinen en boerentuinen. Ecologisch geteeld en onbespoten, direct van de kwekerij 🌿
De naam: Tanacetum parthenium (L.) Sch. Bip. en al zijn benamingen
De officiële wetenschappelijke naam is Tanacetum parthenium (L.) Sch. Bip. De plant werd voor het eerst beschreven door Carl Linnaeus in 1753 in zijn werk Species Plantarum, onder de naam Matricaria parthenium L. In 1844 plaatste de Duitse arts en botanicus Carl Heinrich Schultz Bipontinus de plant in het geslacht Tanacetum in zijn werk Ueber die Tanaceteen, vandaar de toevoeging Sch. Bip. De naam Bipontinus verwijst naar zijn geboorteplaats Zweibrücken, Latijn voor “twee bruggen.”
De geslachtsnaam Tanacetum is vermoedelijk afgeleid van het Griekse athanasia, wat “onsterfelijkheid” of “eeuwigdurend” betekent. Dit verwijst naar de lange bloeiduur van de plant en het feit dat de bloemen lang niet verwelken. In het Middeleeuws Latijn duikt de naam tanazita op, onder meer in de beroemde lijst van planten die Karel de Grote rond 812 na Christus in zijn tuinen liet verbouwen, het Capitulare de villis.
De soortnaam parthenium gaat terug op het Griekse parthenos, dat “maagd” of “jonkvrouw” betekent. Dit verwijst naar de maagdelijk witte kleur van de bloemblaadjes. Er bestaat ook een oude overlevering dat de naam teruggaat op het Griekse woord voor de godin Athena Parthenos: een werkman aan het Parthenon in Athene zou zijn gevallen en zijn herstel te danken hebben gehad aan dit kruid.
In Nederland en België: moederkruid, hemdsknoopjes, kalversogen, vuurwortel, mater, grote kamille, dubbele kamille, kamillebloempjes, wilde kamille, tamme komil, wormzaad. In het Engels: feverfew, bachelor’s buttons, bride’s button, devil’s daisy, midsummer daisy, featherfew, wild chamomile, wild quinine. In het Duits: Mutterkraut, Fieberkraut, Jungfernkraut, Matronenkraut, Knopfkamille. In het Frans: grande camomille, chrysanthème-matricaire. In het Zweeds en Deens: mattram of matrem, beide afgeleid van het Latijnse matrum voor “moeder.” In het Welsh: feddygen fenyw. In het Spaans: hierba de Santa María.
Officiële documentatie
Tanacetum parthenium (L.) Sch. Bip. is als geaccepteerde soort opgenomen in Plants of the World Online (POWO/Kew), de International Plant Names Index (IPNI), het World Flora Online (WFO) en de GBIF-database. Erkende oude synoniemen zijn Matricaria parthenium L., Chrysanthemum parthenium (L.) Bernh., Pyrethrum parthenium (L.) Sm. en Leucanthemum parthenium (L.) Gren. en Godron. In oudere kruidenboeken en literatuur komt u deze namen nog geregeld tegen.
Herkomst en verspreiding
Moederkruid is van nature afkomstig uit de Balkan en de aangrenzende delen van Klein-Azië en Zuidoost-Europa. POWO/Kew bevestigt het inheemse verspreidingsgebied als ZO-Europa tot W-Himalaya. Vanuit dit gebied verspreidde de plant zich via handel en kloostertuinen door heel Europa.
Al voor 1500 werd moederkruid in Nederland ingevoerd. De plant verwilderde vanuit kruiden- en kloostertuinen. Buiten Europa is moederkruid tegenwoordig ook te vinden in Noord-Amerika, Australië en Noord-Afrika.
Geschiedenis
Moederkruid is een van de best beschreven medicinale kruiden van Europa. De Griekse arts Dioscorides, die in de eerste eeuw na Christus voor de Romeinen werkte, beschreef het kruid bij ontstekingen, zwellingen en gewrichtsklachten. In de middeleeuwen werd moederkruid in kloostertuinen door heel Europa gebruikt bij koorts en vrouwenkwalen.
De Vlaamse herborist Rembert Dodoens beschreef het kruid in zijn Cruydeboeck uit 1554 onder de naam mater. De Engelse herborist John Gerard schreef in zijn Herball uit 1597 lovend over de plant bij hoofdpijn en neerslachtigheid. In de 17e eeuw noemde de Engelse arts Nicholas Culpeper moederkruid “een van de beste kruiden voor een vrouw.” In de 18e eeuw bevestigde de Londense apotheker Dr. Hill dat moederkruid bij ernstige hoofdpijnen alle andere middelen overtrof.
In de jaren zeventig van de 20e eeuw belandde het kruid opnieuw in de aandacht toen een Welshe doktersvrouw publiekelijk vertelde dat zij dankzij moederkruid was verlost van een levenslange migraine. Dit leidde tot een reeks klinische onderzoeken die de plant blijvend op de wetenschappelijke kaart zetten.
Inhoudsstoffen
De belangrijkste werkzame stof in moederkruid is parthenolide, een sesquiterpeenlactoon. Parthenolide is verantwoordelijk voor de meeste farmacologische eigenschappen van de plant en zit met name in de bloemen en bladeren. Goede preparaten bevatten minimaal 0,2% parthenolide.
Naast parthenolide bevat moederkruid andere sesquiterpeenlactonen, flavonoïden, etherische oliën waaronder kamfer en borneol, en pinenen. De kamferachtige geur van het blad is direct afkomstig van deze etherische oliën. Het gedroogde kruid verliest veel van zijn etherische oliën en daarmee ook een deel van zijn werkzame stoffen.
Een veelgeciteerd overzichtsartikel van Pareek et al. (2011) in Pharmacognosy Reviews geeft een uitgebreid overzicht van de traditionele toepassingen, werkzame stoffen en farmacologische eigenschappen van Tanacetum parthenium L.
Van oudsher gebruik in de volksgeneeskunde
Moederkruid werd van oudsher in de Europese volksgeneeskunde gebruikt bij een breed scala aan klachten. De plant staat bekend om zijn koortsverlagende eigenschappen, wat zijn Engelse naam feverfew direct verklaart: het woord komt van het Latijnse febrifugia, wat “uitdrijver van koorts” betekent.
Van oudsher werd moederkruid ook gebruikt bij hoofdpijnklachten, bij vrouwenkwalen zoals pijnlijke menstruatie en bij het ondersteunen van de bevalling. De Nederlandse naam moederkruid verwijst rechtstreeks naar dit gebruik bij de baarmoeder. Dioscorides beval het aan bij ontstekingen en gewrichtsklachten. In de middeleeuwse kloostergeneeskunde gold het als een waardevol kruid bij koorts en spijsverteringsklachten.
Gebruik moederkruid niet tijdens de zwangerschap, omdat de plant baarmoedersamentrekkende eigenschappen heeft. Gebruik moederkruid niet in combinatie met bloedverdunners zonder overleg met een arts. Voor specifiek medicinaal gebruik verwijzen wij u altijd naar een erkend herborist of arts.
Spiritueel en ritueel gebruik
Moederkruid heeft in de Europese volksoverlevering een lange traditie als beschermend kruid. In de middeleeuwen werd de plant rond huizen geplant en als een soort amulet gedragen om bescherming te bieden tegen de pest. Men geloofde dat de sterke geur van het blad ziekten en boze geesten op afstand hield.
In de Angelsaksische volksoverlevering stond moederkruid bekend als middel tegen “elfshot,” een volkse naam voor onverklaarbare ziekte of pijn die door kwade geesten werd veroorzaakt. Dit gebruik is gedocumenteerd in middeleeuwse Angelsaksische bronnen. De plant werd ook gedragen als bescherming tegen ongelukken op reis.
In de moderne kruidenmagie staat moederkruid bekend als een beschermend en reinigend kruid. Het wordt gebruikt in zakjes en amuletten ter bescherming, bij reinigingsrituelen en als kruid dat negatieve energie afweert. De plant is verbonden met de planeet Venus en staat bekend als een kruid dat de geest verheldert en opmonteert. Voor specifiek ritueel of spiritueel gebruik verwijzen wij u naar een erkend herborist of aromatherapeut.
Culinaire toepassingen
Moederkruid is primair een medicinale en sierplant en heeft beperkte culinaire toepassingen. De smaak van de bladeren is bitter tot bitterzoet met een duidelijke kamfer- en chrysantengeur.
Jonge blaadjes in salades
De jonge, verse blaadjes zijn eetbaar en kunnen fijngehakt worden verwerkt in salades. Gebruik ze met mate vanwege de uitgesproken bitterheid.
Thee
Een aftreksel van gedroogde of verse blaadjes is een traditionele bereiding die al eeuwenlang wordt gebruikt. Laat een theelepel gedroogde blaadjes tien minuten trekken in heet water. Vanwege de mogelijke wisselwerkingen met medicijnen is het verstandig een arts of herborist te raadplegen voordat u regelmatig moederkruidthee drinkt.
Kruidensoepen en sauzen
Een klein beetje fijngehakt moederkruidblad geeft soepen en sauzen een aromatische, licht bittere smaak. Voeg het toe aan het einde van de bereiding.
Bloemen als garnering
De kleine witgele bloemhoofdjes zijn eetbaar en sierlijk als garnering op een zomers gerecht.
Ecologische waarde
Moederkruid heeft een bijzondere eigenschap die hem onderscheidt van veel andere kruiden: de kamferachtige geur van het blad houdt bepaalde insecten en bladluizen actief op afstand. Dit maakt moederkruid een nuttige begeleidingsplant in de moestuin of kruidentuin.
De bloemen trekken wel bijen en zweefvliegen aan voor nectar. Door zijn lange bloeiduur van juni tot september biedt moederkruid een goede voedselbron voor bestuivers gedurende een groot deel van het seizoen. De plant zaait zich gemakkelijk uit en neemt zo snel nieuwe groeiplaatsen in.
Verzorgingstips
Standplaats
Volle zon tot lichte halfschaduw. De plant groeit ook goed op een zonnige muur of in een rotsborder en kan zelfs tussen stenen groeien.
Water
Moederkruid heeft een voorkeur voor droge tot matig vochtige, goed doorlatende grond. De plant verdraagt droogte goed maar staat niet graag langdurig in natte grond, zeker niet in de winter.
Bodem
Moederkruid stelt weinig eisen aan de bodem en groeit op de meeste tuingronden. Een licht alkalische tot neutrale bodem geeft de beste resultaten. De plant groeit ook goed op armere gronden.
Terugknippen
Knip de plant aan het begin van het groeiseizoen stevig terug tot ongeveer vijf centimeter boven de grond. Dit geeft een compacte, vitale groei en een rijke bloei. In het najaar kunnen de stengels blijven staan als schuilplaats voor insecten.
Winterhardheid
Moederkruid is goed winterhard in Nederland en heeft geen bescherming nodig. De winterknoppen overwinteren vlak onder de grond. In de winter sterft het bovengrondse deel gedeeltelijk tot volledig af en de plant loopt in het vroege voorjaar opnieuw uit.
Kweektips
Uitzaaien
Moederkruid zaait zich gemakkelijk uit op open, zonnige plekken. Verwijder uitgebloeide bloemtoppen tijdig als u ongewenste uitzaaiing wilt voorkomen. In een naturalistisch aangelegde tuin mag de plant vrijelijk uitzaaien.
Oogsten
Met name het blad wordt geoogst in de lente en zomer. De bloemen en stengels worden soms ook gebruikt. Het kruid is het sterkst vlak voor de bloei. Het gedroogde kruid verliest veel van zijn werking, vers gebruik heeft de voorkeur.
Samenplanten
Moederkruid staat bekend als een nuttige begeleidingsplant in de moestuin vanwege zijn insectwerende geur. Plant hem naast sint-janskruid (Hypericum perforatum), duizendblad (Achillea millefolium) of echte guldenroede (Solidago virgaurea), alle ook verkrijgbaar bij ons.
Door zijn lange bloeiduur en zijn makkelijke groei is moederkruid ook een goede invulplant in een kruidenborder of in een wilde hoek van de tuin.
Ecologisch geteeld op de kwekerij
| Nederlandse naam | Moederkruid |
| Oude volksnamen | Hemdsknoopjes, kalversogen, vuurwortel, mater, grote kamille, dubbele kamille, kamillebloempjes, wilde kamille, tamme komil, wormzaad |
| Ook bekend als | Feverfew, bachelor’s buttons, featherfew, wild chamomile (EN) · Mutterkraut, Fieberkraut, Jungfernkraut (DE) · grande camomille (FR) · hierba de Santa María (ES) · feddygen fenyw (CY) · mattram, matrem (SE/DK) |
| Wetenschappelijke naam | Tanacetum parthenium (L.) Sch. Bip. |
| Naam uitleg | Tanacetum: vermoedelijk van het Griekse athanasia (onsterfelijkheid). Parthenium: van het Griekse parthenos (maagd), verwijzend naar de witte bloemblaadjes. Origineel beschreven door Linnaeus in 1753 als Matricaria parthenium, herplaatst door Sch. Bip. in 1844. |
| Oude synoniemen | Matricaria parthenium L. · Chrysanthemum parthenium (L.) Bernh. · Pyrethrum parthenium (L.) Sm. · Leucanthemum parthenium (L.) Gren. & Godron |
| Familie | Composietenfamilie (Asteraceae) |
| Herkomst | Balkan en Klein-Azië, al voor 1500 in Nederland ingevoerd via kloostertuinen |
| Potmaat | 9×9 cm |
| Levensduur | Meerjarig, loopt elk voorjaar opnieuw uit |
| Hoogte | 30-60 cm |
| Standplaats | Volle zon tot lichte halfschaduw, ook geschikt voor muren en tussen stenen |
| Bodem | Droog tot matig vochtig, goed doorlatend, weinig veeleisend |
| Winterhardheid | Goed winterhard, geen bescherming nodig |
| Bladverliezend | Grotendeels, loopt vroeg in het voorjaar opnieuw uit |
| Zaait zich uit | Ja, gemakkelijk op open zonnige plekken |
| Ook geschikt voor | Kruidentuin, moestuin als begeleidingsplant, rotsborder, muren, naturalistisch tuinieren |
| Bloeiperiode | Juni tot september |
| Bloemkleur | Wit met geel hart, kleine margrietachtige bloemhoofdjes van 1,5 tot 2,5 cm |
| Bloem eetbaar | Ja, als garnering |
| Aantrekkelijk voor | Bijen en zweefvliegen 🐝 |
| Insectwerend | Ja, kamferachtige bladgeur houdt bladluizen en bepaalde insecten op afstand |
| Smaak en geur | Bitter tot bitterzoet, kamferachtig, chrysantengeur vrijkomend bij aanraking |
| Eetbare delen | Jonge blaadjes en bloemen |
| Inhoudsstoffen | Parthenolide (min. 0,2% in goede preparaten), sesquiterpeenlactonen, flavonoïden, etherische oliën (kamfer, borneol), pinenen |
| Culinair gebruik | Thee, fijngehakt in salades, kruidensoepen en sauzen, bloemen als garnering |
| Van oudsher gebruik | Van oudsher in de Europese volksgeneeskunde bij koorts, hoofdpijn, vrouwenkwalen en gewrichtsklachten. Beschreven door Dioscorides, Dodoens, Gerard en Culpeper. Raadpleeg altijd een herborist of arts. |
| Spiritueel gebruik | Bescherming, reiniging, afweren van negatieve energie, bescherming op reis |
| Let op | Niet tijdens zwangerschap. Niet combineren met bloedverdunners zonder overleg met arts. |
| Giftig | Niet giftig bij normaal gebruik |
✅ Onbespoten
✅ Met de seizoenen mee gekweekt






Beoordelingen
Er zijn nog geen beoordelingen.