Een kruid met een geschiedenis die teruggaat tot de oudheid en een naam die alles zegt. 🌿 Moederkruid, ook bekend als feverfew, is een meerjarige vaste plant met sierlijke witgele bloemen die sterk doen denken aan kleine margrietjes. De geur is aromatisch en kamille-achtig, het blad is ingesneden en helder groen. Al eeuwenlang een vaste bewoner van kloostertuinen en kruidentuinen in heel Europa, gewaardeerd om zijn medicinale eigenschappen en zijn sierwaarde. Meerjarig, winterhard en gemakkelijk in onderhoud. Direct van de kwekerij, ecologisch geteeld en onbespoten. 🌿
Moederkruid kopen, direct van de kwekerij. Tanacetum parthenium (L.) Sch. Bip. is een meerjarige vaste plant uit de composietenfamilie (Asteraceae) met sierlijke witgele bloemhoofdjes die sterk doen denken aan kleine margrietjes of kamillebloemen. De plant wordt 30 tot 60 cm hoog, heeft ingesneden, geelgroene bladeren en een opvallend kamferachtige geur die vrijkomt bij het aanraken van het blad. Van juni tot september staat hij rijkelijk in bloei. Moederkruid is winterhard, meerjarig en gemakkelijk in onderhoud. Al voor het jaar 1500 werd de plant vanuit Zuidoost-Europa naar de Lage Landen gebracht, waar hij sindsdien een vaste plek heeft in kruidentuinen, kloostertuinen en verwilderde boerentuinen.
De naam: Tanacetum parthenium (L.) Sch. Bip.
De officiële wetenschappelijke naam is Tanacetum parthenium (L.) Sch. Bip. De plant werd voor het eerst beschreven door Carl Linnaeus in 1753 in zijn gezaghebbende werk Species Plantarum, onder de naam Matricaria parthenium L. In 1844 herclassificeerde de Duitse arts en botanicus Carl Heinrich Schultz Bipontinus de soort naar het geslacht Tanacetum in zijn publicatie Ueber die Tanaceteen, vandaar de volledige naam met de afkorting Sch. Bip. De toevoeging “Bipontinus” verwijst naar zijn geboorteplaats Zweibrücken, Latijn voor “twee bruggen”, een gangbaar gebruik in de 19e eeuwse botanische nomenclatuur.
De geslachtsnaam Tanacetum heeft meerdere mogelijke verklaringen. De meest gangbare is een afleiding van het Griekse athanasia, wat “onsterfelijkheid” of “eeuwigdurend” betekent, een verwijzing naar de lange bloeiduur van de plant en het feit dat de bloemen niet snel verwelken. Een tweede verklaring leidt de naam af van tanaos en akestai, wat “lang genezen” zou betekenen. In het Middeleeuws Latijn duikt de naam op als tanazita, onder meer in de beroemde lijst van planten die Karel de Grote rond 812 na Christus in zijn koninklijke tuinen liet verbouwen, het Capitulare de villis. De soortnaam parthenium gaat terug op het Griekse parthenos, dat “maagdelijk”, “ongehuwd meisje” of “jonkvrouw” betekent. Dit verwijst naar de maagdelijk witte kleur van de lintbloemen. Er bestaan meerdere historische verklaringen voor deze naam, waarvan de meest bekende terug te vinden is bij de Griekse schrijver Plutarchos: een van de werklui aan het Parthenon in Athene viel van het dak en dankte zijn herstel aan het gebruik van een kruid dat sindsdien “partheneum” werd genoemd, het kruid van de godin Athena Parthenos. Of deze overlevering de werkelijke oorsprong van de naam verklaart is niet zeker, maar het verhaal geeft mooi aan hoe oud en diepgeworteld de reputatie van dit kruid is.
Nederlandse en internationale benamingen
Moederkruid kent in het Nederlands een rijke verscheidenheid aan volksnamen. Naast moederkruid zijn ook de volgende namen overgeleverd: hemdsknoopjes, kalversogen, vuurwortel, mater, grote kamille, dubbele kamille, kamillebloempjes, wilde kamille, tamme komil en wormzaad. In het Cruydeboeck van de Vlaamse herborist Rembert Dodoens uit 1554 wordt de plant vermeld onder de naam mater. De naam hemdsknoopjes verwijst naar de manier waarop de talrijke kleine bloemhoofdjes gezamenlijk een horizontaal plat bloemtapijt vormen op halve meterhoogte, wat doet denken aan een rij knoopjes op een hemd. Kalversogen verwijst naar de ronde, ooganachtige bloemen.
In het Engels staat de plant bekend als feverfew, een verbastering van het Latijnse febrifugia, wat “vluchten voor koorts” of “uitdrijver van koorts” betekent. Andere Engelse volksnamen zijn ague plant, bachelor’s buttons, bride’s button, devil’s daisy, midsummer daisy, featherfew, wild chamomile en wild quinine. In het Duits heet de plant Mutterkraut, maar ook Fieberkraut (koortsplant), Jungfernkraut (maagdenkruid), Matronenkraut en Knopfkamille. In het Frans is de bekendste naam Grande Camomille (grote kamille), maar ook Chrysantheme-matricaire en Herbe a vers komen voor. In het Zweeds en Deens heet de plant mattram of matrem, beide afgeleid van het Latijnse matrum, dat “moeder” betekent. In het Welsh staat hij bekend als Feddygen Fenyw.
De plant heeft ook meerdere oude wetenschappelijke synoniemen: Matricaria parthenium L. (de originele naam van Linnaeus), Chrysanthemum parthenium (L.) Bernh., Pyrethrum parthenium (L.) Sm. en Leucanthemum parthenium (L.) Gren. en Godron. Al deze namen verwijzen naar dezelfde plant. In oudere literatuur en kruidenboeken komt u deze namen nog geregeld tegen.
Herkomst en verspreiding
Moederkruid is van oorsprong afkomstig uit de Balkan en de aangrenzende delen van Klein-Azië en Zuidoost-Europa. Vanuit dit gebied verspreidde de plant zich via handels- en pelgrimsroutes en later via kloostertuinen door heel Europa. Al voor 1500 werd moederkruid in Nederland ingevoerd, zo vermelden historische bronnen. De plant verwilderde vanuit kruiden- en kloostertuinen. Buiten Europa is moederkruid tegenwoordig ook te vinden in Noord-Amerika, Australië en Noord-Afrika, waarheen de plant ooit als tuinkruid werd meegenomen.
Een kruid met een geschiedenis van eeuwen
Moederkruid is een van de best gedocumenteerde medicinale kruiden van Europa. De Griekse arts Dioscorides, die in de eerste eeuw na Christus voor de Romeinen werkte, beschreef het kruid al bij ontstekingen, zwellingen en gewrichtsklachten. Er zijn aanwijzingen dat het kruid al in het antieke Egypte werd gebruikt bij hoofdpijn. In de Middeleeuwen werd moederkruid gekweekt in de kloostertuinen van heel Europa, waar het van oudsher werd ingezet bij koorts en vrouwenkwalen. De Vlaamse herborist Rembert Dodoens beschreef het kruid in zijn Cruydeboeck uit 1554 uitgebreid, onder de naam mater. De Engelse herborist John Gerard schreef in zijn Herball uit 1597 lovend over de plant als middel bij hoofdpijn en zwaarmoedigheid. In de 17e eeuw noemde de Engelse arts en astroloog Nicholas Culpeper moederkruid “een van de beste kruiden voor een vrouw”. In de 18e eeuw bevestigde de Londense apotheker Dr. Hill in zijn Family Herbal dat moederkruid bij ernstige hoofdpijnen alle andere middelen overtrof. En in de jaren zeventig van de 20e eeuw belandde het kruid opnieuw in de schijnwerpers toen een Welshe doktersvrouw publiekelijk vertelde dat zij dankzij moederkruid was verlost van een levenslange migraine, wat leidde tot een reeks klinische onderzoeken.
Traditioneel gebruik in de volksgeneeskunde
Moederkruid werd van oudsher in de Europese volksgeneeskunde gebruikt bij een breed scala aan klachten. De plant staat bekend om zijn van oudsher veronderstelde koortsverlagende eigenschappen, wat zijn Engelse naam feverfew direct verklaart. Van oudsher werd moederkruid ook gebruikt bij hoofdpijnklachten, bij vrouwenkwalen zoals pijnlijke menstruatie en bij het ondersteunen van de nageboorte na een bevalling, waar zijn Nederlandse naam “moederkruid” rechtstreeks naar verwijst. Dioscorides beval het van oudsher aan bij ontstekingen en gewrichtsklachten. In de middeleeuwse kloostergeneeskunde gold het als een waardevol kruid bij koorts en spijsverteringsklachten. De plant bevat onder meer parthenolide, sesquiterpeenlactonen, flavonoïden en etherische oliën.
Let op
Gebruik moederkruid niet tijdens de zwangerschap, omdat de plant van oudsher bekend staat om zijn baarmoedersamentrekkende eigenschappen. Gebruik moederkruid niet in combinatie met bloedverdunners zonder overleg met een arts. Voor specifiek medicinaal gebruik verwijzen wij u altijd naar een erkend herborist of arts.
Culinaire toepassingen
Jonge blaadjes in salades: De jonge, verse blaadjes van moederkruid zijn eetbaar en kunnen fijngehakt worden verwerkt in salades. De smaak is bitter tot bitterzoet met een duidelijke kamfer- en chrysantentoon. Gebruik ze met mate vanwege de uitgesproken bitterheid.
Thee: Een aftreksel van gedroogde of verse blaadjes is een traditionele bereiding die al eeuwenlang wordt gebruikt. Laat een theelepel gedroogde blaadjes tien minuten trekken in heet water.
Kruidensoepen en sauzen: Een klein beetje fijngehakt moederkruidblad geeft soepen en sauzen een aromatische, licht bittere diepte. Voeg het toe aan het einde van de bereiding.
Broodbeleg en kruidenkoeken: In de Vlaamse en Welshe keukentraditie werden jonge moederkruidblaadjes verwerkt in broodbeleg en kruidenkoeken, een gebruik dat vandaag nog door liefhebbers van oude keukentradities in ere wordt gehouden.
Bloemen als garnering: De kleine witgele bloemhoofdjes zijn eetbaar en sierlijk als garnering op een zomers gerecht of in een veldboeketje.
Ecologische waarde
Moederkruid heeft een bijzondere ecologische eigenschap die hem onderscheidt van veel andere kruiden: de kamferachtige geur van het blad schrikt een aantal insecten en bladluizen actief af. Dit maakt moederkruid een nuttige begeleidingsplant in de moestuin of kruidentuin. De bloemen trekken wel bijen en zweefvliegen aan voor nectar. Door zijn lange bloeiduur van juni tot september biedt moederkruid een waardevolle voedselbron voor bestuivers gedurende een groot deel van het seizoen. De plant draagt ook bij aan de biodiversiteit doordat hij zich gemakkelijk uitzaait en zo snel nieuwe groeiplaatsen kan innemen.
Verzorgingstips
Water: Moederkruid heeft een voorkeur voor droge tot matig vochtige, goed doorlatende grond. De plant verdraagt droogte goed maar staat niet graag langdurig in natte, waterloze omstandigheden, zeker niet in de winter.
Bodem: Moederkruid stelt weinig eisen aan de bodem en gedijt op de meeste tuingronden. Een voedselrijke, licht alkalische tot neutrale bodem geeft de beste resultaten. De plant groeit ook goed op wat armere gronden.
Terugknippen: Knip de plant aan het begin van het groeiseizoen stevig terug tot ongeveer vijf centimeter boven de grond. Dit bevordert een compacte, vitale groei en een rijke bloei. In het najaar kunnen de stengels worden laten staan als schuilplaats voor insecten.
Kweektips
Standplaats: Volle zon tot lichte halfschaduw. De plant groeit ook goed op een zonnige muur of in een rotsborder en kan zelfs tussen stenen groeien.
Winterhard: Moederkruid is goed winterhard in Nederland en heeft geen bescherming nodig. De winterknoppen overwinteren vlak onder de grond, beschermd door het strooisel. In de winter sterft het bovengrondse deel gedeeltelijk tot volledig af en de plant loopt in het vroege voorjaar opnieuw uit.
Samenplanten
Moederkruid staat bekend als een waardevolle begeleidingsplant in de moestuin vanwege zijn insectwerende geur. Plant hem naast Sint-janskruid (Hypericum perforatum), duizendblad (Achillea millefolium) of echte guldenroede (Solidago virgaurea), alle ook verkrijgbaar bij Kruidenkweker.nl. Door zijn lange bloeiduur en zijn makkelijke groei is moederkruid ook een uitstekende invulplant in een kruidenborder of in een wilde hoek van de tuin.
Tanacetum vermoedelijk van het Griekse athanasia (onsterfelijkheid). Parthenium van het Griekse parthenos (maagdelijk), verwijzend naar de witte lintbloemen. Origineel beschreven door Linnaeus in 1753 als Matricaria parthenium, herclassificeerd door Sch. Bip. in 1844.
Oude synoniemen
Matricaria parthenium L. / Chrysanthemum parthenium (L.) Bernh. / Pyrethrum parthenium (L.) Sm.
Familie
Composietenfamilie (Asteraceae)
Herkomst
Balkan en Klein-Azië, al voor 1500 in Nederland ingevoerd
Potmaat
9×9 cm
Levensduur
Meerjarig
Groei & standplaats
Hoogte
30-60 cm
Standplaats
Volle zon tot lichte halfschaduw
Bodem
Droog tot matig vochtig, goed doorlatend, weinig veeleisend
Winterhard
Ja, geen bescherming nodig
Bijzonder
Groeit ook op muren en tussen stenen
Bloei & bestuivers
Bloeiperiode
Juni tot september
Bloemkleur
Wit met geel hart, kleine margrietachtige bloemhoofdjes van 1,5 tot 2,5 cm
Bloem eetbaar
Ja, als garnering
Aantrekkelijk voor
Bijen en zweefvliegen 🐝
Insectwerend
Ja, de kamferachtige bladgeur houdt bladluizen en bepaalde insecten op afstand
Gebruik
Smaak en geur
Bitter tot bitterzoet, kamferachtig, chrysantentoon
Eetbare delen
Jonge blaadjes en bloemen
Culinair gebruik
Thee, fijngehakt in salades, kruidensoepen en sauzen, broodbeleg en kruidenkoeken
Traditioneel medicinaal gebruik
Van oudsher in de Europese volksgeneeskunde gebruikt bij koorts, hoofdpijn, vrouwenkwalen en gewrichtsklachten. Beschreven door Dioscorides (1e eeuw), Dodoens (1554), Gerard (1597) en Culpeper (17e eeuw). Raadpleeg altijd een herborist of arts.
Let op
Niet gebruiken tijdens de zwangerschap. Niet combineren met bloedverdunners zonder overleg met een arts.
Giftig
Niet giftig voor mens, hond of kat bij normaal gebruik
Kwaliteit
✅ Ecologisch geteeld ✅ Onbespoten ✅ Met de seizoenen mee gekweekt
Beoordelingen
Er zijn nog geen beoordelingen.
Wees de eerste om “Moederkruid – Tanacetum parthenium” te beoordelenReactie annuleren
Beoordelingen
Er zijn nog geen beoordelingen.