Gotu Kola kopen, direct van de kwekerij: met deze bijzondere plant haalt u één van de meest veelzijdige kruiden uit de Ayurveda en de Traditionele Chinese Geneeskunde in huis. Gotu kola (Centella asiatica), ook bekend als aziatische waternavel of tijgergras, is een kruipende, laagblijvende plant met sierlijke ronde bladeren die een fris, mild kruidig aroma verspreiden. Al meer dan 3.000 jaar wordt deze plant gebruikt als medicinaal kruid, als bladgroente in de Aziatische keuken en als meditatiehulp door yogis en monniken. In Noord-India staat gotu kola ook bekend als brahmi, niet te verwarren met de echte brahmi (Bacopa monnieri). Ecologisch geteeld en onbespoten, direct van de kwekerij 🌿
Gotu kola kopen, direct van de kwekerij: met deze bijzondere plant haalt u één van de meest veelzijdige en goed gedocumenteerde kruiden ter wereld in huis.
Gotu kola (Centella asiatica) is een kruipende, meerjarige kruidachtige plant uit de schermbloemenfamilie (Apiaceae), dezelfde plantenfamilie als peterselie, venkel en koriander. De plant groeit laag bij de grond en wordt slechts 15 tot 20 centimeter hoog.
De bladeren zijn glad, levendig groen, licht getand aan de rand en hebben een opvallende ronde tot nierachtige waaierform van 2 tot 9 centimeter doorsnede. De bladsteel is vaak langer dan het blad zelf. De kleine bloemetjes zijn wit tot lichtroze of karmozijnrood en verschijnen in kleine dichte schermen dicht bij de grond.
Al meer dan 3.000 jaar speelt gotu kola een centrale rol in de Ayurveda, de Traditionele Chinese Geneeskunde en de volksgeneeskunde van Sri Lanka, India, Vietnam, Thailand en Indonesië. In Nederland is gotu kola als levende plant nauwelijks verkrijgbaar. Bij Kruidenkweker.nl kweken wij gotu kola ecologisch, zonder pesticiden, met de seizoenen mee.
De naam: Centella asiatica en al zijn benamingen
De wetenschappelijke naam Centella asiatica (L.) Urb. heeft een interessante naamkundige geschiedenis. De plant werd voor het eerst wetenschappelijk beschreven door Carl Linnaeus in 1753 in zijn Species Plantarum onder de naam Hydrocotyle asiatica L., gepubliceerd op pagina 234.
De geslachtsnaam Hydrocotyle is samengesteld uit het Griekse ὕδωρ (hýdor = water) en κοτύλη (kotýle = kom of navel), een verwijzing naar de standplaats van de plant in en bij water en naar de holte in het blad. In 1879 plaatste de Duits-Braziliaanse botanicus Ignatz Urban de soort in het geslacht Centella in zijn Flora Brasiliensis, wat de huidige naam opleverde: Centella asiatica (L.) Urb.
De naam Centella wordt afgeleid van het Latijnse centella, wat “vonk” of “lichtflits” betekent. Asiatica betekent “uit Azië afkomstig.” De naam gotu kola is afkomstig uit het Singalees van Sri Lanka: gotu verwijst naar de kegelvorm van het blad, kola betekent blad.
De volksnaam tijgergras of tijgerkruid heeft een charmante legende als oorsprong: gewonde tijgers zouden door de plant rollen om hun wonden te laten helen. Dit verhaal wordt bevestigd in meerdere Aziatische culturen en is zelfs terug te vinden in de farmacologische literatuur. De naam waternavel verwijst naar de holte in het midden van het blad, van waaruit de nerven uitwaaieren naar de rand, sterk vergelijkbaar met de ribbels rondom een navel.
Een belangrijk punt over de naam brahmi: in Noord-India wordt gotu kola aangeduid als brahmi, wat “drager van de kennis van Brahman” betekent. In Zuid-India en in de meeste moderne Ayurvedische teksten verwijst brahmi echter naar een andere plant: Bacopa monnieri. Dit zijn twee verschillende soorten.
Officiële documentatie
Centella asiatica (L.) Urb. is als geaccepteerde soort opgenomen in Plants of the World Online (POWO/Kew), de International Plant Names Index (IPNI), het World Flora Online (WFO) en de GBIF-database. De soort heeft de IUCN-status “Least Concern”.
Bijzonder is dat de Europese geneesmiddelenautoriteit EMA via haar Committee on Herbal Medicinal Products (HMPC) een officieel monograph heeft gepubliceerd voor Centella asiatica herba. Dit maakt gotu kola één van de weinige kruiden met een officieel Europees erkenningsdocument voor traditioneel gebruik.
Nederlandse en internationale benamingen
In Nederland en België kent de plant meerdere namen. De meest gebruikte zijn: gotu kola, aziatische waternavel en indische waternavel. Minder gangbaar maar ook correct zijn: aziatisch waternavelkruid, tijgergras, tijgerkruid, kikkergras en hydrocatyle. De naam fo ti tien (“kruid van lang leven”) wordt in Nederland soms ook gebruikt, afkomstig uit het Chinees.
In West-Europa zijn de benamingen per taal als volgt. In het Duits: asiatischer Wassernabel, indischer Wassernabel. In het Frans: centelle asiatique, écuelle d’eau (“waterschoteltje”), hydrocotyle asiatique en fausse violette. In het Italiaans: erba delle tigri (tijgerkruid), idrocotile, scodella d’acqua. In het Spaans: centella asiática, hierba de clavo en sombrerito. In het Portugees: centella asiática of gotu kola, ook wel hidrocótilo in botanische context. In het Deens: asiatisk centella. In het Russisch: Готу кола (Gotu kola).
In Scandinavische landen, Polen, Tsjechië en andere Oost-Europese landen zijn geen gevestigde volksnamen in gebruik. Men hanteert daar vrijwel altijd de internationale naam gotu kola of de Latijnse naam Centella asiatica.
In het Engels: Indian pennywort, Asiatic pennywort, Asian pennywort, marsh pennywort, spadeleaf, coinwort, tiger grass, tiger herb en cica (afkorting gangbaar in de K-beauty wereld).
In de herkomstlanden van de plant zijn de namen als volgt. In het Sanskriet: Mandukaparni (manduka = kikker, parni = blad, letterlijk kikkerbladige plant), Brahmi (Noord-India), Brahma manduki, Divya en Maha aushadhi (groot geneesmiddel). In het Hindi: Brahmi, Mandukaparni, Khulakhudi, Thankuni. In het Tamil: Vallarai. In het Telugu: Saraswati aku (blad van de godin Saraswati). In het Kannada: Ondelaga. In het Bengaals: Thankuni. In het Sinhalees: Gotukola.
In het Maleis en Indonesisch: Pegaga, Pegagan, Daun kaki kuda (paardenhoefblad), Antanan, Rendeng. In het Thai: บัวบก Bua bok. In het Vietnamees: Rau má. In het Chinees: 积雪草 Ji xue cao (sneeuwgrasextract), 雷公草 Lei gong cao, 崩大碗 Beng da wan. In het Japans: ツボクサ Tsubo kusa. In het Koreaans: 병풀. In het Tagalog: Takip kohol. In het Maleis/Javaans: Gagan-gagan.
Herkomst en verspreiding
Gotu kola is inheems aan de vochtige, tropische en subtropische gebieden van Azië. Het verspreidingsgebied omvat India, Sri Lanka, Bangladesh, Nepal, China, Japan, Korea, Taiwan, Vietnam, Thailand, Laos, Cambodja, Myanmar, Indonesië, Maleisië, de Filippijnen, Australië en de eilanden van de westelijke Pacific.
De plant groeit van nature in en rondom water: langs rivieroevers, in moerassen, op natte weides en langs irrigatiekanalen, van zeeniveau tot op hoogten van circa 1.800 meter in de Himalaya. Afhankelijk van de standplaats past de plant zijn uiterlijk aan: op droge plekken worden de bladeren kleiner en dunner, in ondiep water vormt de plant drijvende bladeren.
In Sri Lanka is gotu kola de meest alomtegenwoordige bladgroente van het land en groeit zij langs vrijwel elke weg en in elke tuin. Via cultuur en handel heeft de plant zich ook gevestigd in tropisch Afrika, Madagascar, Zuid-Afrika, het Caribisch gebied en Zuid-Amerika.
Geschiedenis
De geschiedenis van gotu kola als geneeskruid gaat terug tot de oudste Ayurvedische teksten van India. De Charaka Samhita beschrijft de plant als Mandukaparni en rekent haar tot de medhya rasayana: kruiden die het intellect verjongen en de geest verhelderen.
In de Chinese geneeskunde duiken de vroegste vermeldingen op in het Shennong Herbal, circa 2.000 jaar geleden. In 1406 vermeldt Zhu Xiao de plant in zijn “Heilkruiden tegen de hongersnood” (救荒本草) tijdens de Ming-dynastie. In Song-dynastie teksten wordt de plant beschreven als koel en bitter van aard, geschikt bij koorts en huidaandoeningen.
In Sri Lanka is gotu kola onlosmakelijk verbonden met de volkscultuur. Een bekend Singalees gezegde luidt: “twee bladeren per dag houden de ouderdom op afstand.” Olifanten, die in Sri Lanka bekend staan om hun uitzonderlijke geheugen en lange leven, zouden van nature grote hoeveelheden gotu kola eten. Dit versterkte de reputatie van de plant als geheugenkruid en verjongingskruid.
In de westerse botanische wereld leerde men de plant kennen via Carl Linnaeus, die haar in 1753 als Hydrocotyle asiatica beschreef, en via koloniale botanisten en reizigers die haar toepassingen documenteerden in India, Sri Lanka en Indonesië.
Culinaire toepassingen
Gotu kola is in Azië een echte keukenplant, niet alleen een medicinaal kruid. De verse bladeren en stengels zijn volledig eetbaar en hebben een milde, licht kruidige smaak met een subtiele bitterheid. In Europa is dit gebruik vrijwel onbekend, maar met uw eigen gotu kola plant kunt u de plant op tal van manieren verwerken.
Gotu kola malluma: het nationale bijgerecht van Sri Lanka
In Sri Lanka is gotu kola malluma het meest gegeten bijgerecht bij rijst en curry. Fijngehakte verse gotu kola-bladeren worden gemengd met geraspte kokos, fijngehakte sjalotten, groene peper, limoensap en soms kurkuma. Het resultaat is een frisse, voedzame salade die bij vrijwel elke maaltijd op tafel komt. Het is eenvoudig thuis te bereiden met de verse bladeren van uw eigen plant.
Kola kenda: heilzame rijstepap
Een andere klassieke Sri Lankaanse bereiding is kola kenda, een voedzame pap van langzaam gekookte rode rijst, kokosmelk en gepureerde gotu kola-bladeren, geserveerd met jaggery (palmsuiker). Deze pap wordt van oudsher gegeten als ochtendmaaltijd en als versterkende kuur.
Bai bua bok: de Thaise kruidendrank
In Thailand worden de verse bladeren gepureerd met water tot een frisse groene drank genaamd bai bua bok, koud geserveerd als verkoelende drank. In Vietnam, waar de plant rau má heet, zijn koude gotu kola-drankjes dagelijks verkrijgbaar bij straatverkopers en in restaurants.
Salades, soepen en wokgerechten
In Myanmar worden de verse bladeren gemengd met uitjes, gepelde pinda’s, bonenpoeder en vissaus tot een frisse salade. In Vietnam worden ze rauw gegeten in salades en loempia’s. In Bangladesh maakt men er pakora’s van. In de Maleisische keuken zijn de bladeren onderdeel van ulam, een traditioneel saladegerecht. De bladeren zijn ook uitstekend te verwerken in soepen, curry’s, chutneys en groene smoothies.
Gotu kola thee
Een handvol verse bladeren overgoten met heet water en vijf minuten laten trekken geeft een milde, lichtgroene thee met een aardse, subtiel kruidige smaak. Gotu kola thee is van nature cafeïnevrij en combineert goed met citroenmelisse, munt of een theelepeltje honing.
Gotu kola olie en extract: uitwendige toepassingen
De verse bladeren van gotu kola worden al eeuwenlang verwerkt tot uitwendige toepassingen. Door de bladeren te infuseren in een warme draagolie zoals kokosolie of sesamolie ontstaat een rijke gotu kola-olie die van oudsher uitwendig wordt aangebracht op de huid. Ook vers sap, gemaakt door de bladeren te pureren en uit te persen, wordt traditioneel uitwendig gebruikt.
Tegenwoordig is gotu kola één van de meest gebruikte ingrediënten in de Koreaanse huidverzorging, ook wel K-beauty genoemd, waar het bekend staat als “cica”. De actieve triterpenoïden uit de plant, met name asiaticoside en madecassoside, zijn de basis voor talloze crèmes, serums en maskers wereldwijd.
Van oudsher gebruik
Gotu kola wordt van oudsher gebruikt in de volksgeneeskunde van India, Sri Lanka, China en grote delen van Zuidoost-Azië. In de Ayurveda wordt de plant beschouwd als een medhya rasayana, een kruid dat het intellect verjongt en de vitaliteit verlengt.
Van oudsher wordt gotu kola zowel inwendig als uitwendig gebruikt. Uitwendig staat de plant bekend om haar traditionele toepassing bij wondgenezing, waarbij de bladeren van oudsher worden aangebracht op huidproblemen. Inwendig wordt de plant van oudsher ingenomen als thee, als poeder vermengd met ghee of honing, of als vers sap.
De Europese geneesmiddelenautoriteit EMA erkent via haar HMPC officieel het traditionele gebruik van Centella asiatica voor huidherstel bij uitwendige toepassing, op basis van meer dan 30 jaar gedocumenteerd gebruik binnen de Europese Unie.
Van oudsher wordt gotu kola ook verwerkt tot tincturen en extracten, waarbij de bladeren worden uitgetrokken met water of alcohol. Deze bereidingen worden zowel inwendig als uitwendig toegepast binnen de Ayurveda en de Traditionele Chinese Geneeskunde.
De wetenschappelijke interesse in gotu kola is groot. Een veelgeciteerde review van Gohil, Patel en Gajjar (2010) in het Journal of Clinical and Diagnostic Research geeft een uitgebreid overzicht van de farmacologische eigenschappen en bioactieve inhoudsstoffen van Centella asiatica. Voor specifiek medicinaal gebruik verwijzen wij u altijd naar een erkend herborist of arts.
Spiritueel en ritueel gebruik
Gotu kola heeft een diepe spirituele dimensie die teruggaat tot de vroegste lagen van de Vedische beschaving. In de Ayurvedische filosofie wordt de plant beschouwd als een sattvisch kruid: een kruid dat puurheid, helderheid en innerlijke rust bevordert.
In Noord-India draagt gotu kola de naam Brahmi, wat “drager van de kennis van Brahman” betekent, en wordt zij beschouwd als een kruid dat het kroonchakra (Sahasrara) activeert en de linker- en rechterhersenhelft in evenwicht brengt. In de signatuurleer werd de hartvorm van het gotu kola-blad, die doet denken aan de twee hersenhelften, direct gekoppeld aan de werking van de plant op het denken en het bewustzijn.
Yogis en rishis, de Vedische wijzen, consumeerden gotu kola van oudsher als meditatiehulp en ter ondersteuning van langdurige concentratie. Boedhistische monniken in Sri Lanka en Thailand gebruikten de plant eveneens bij meditatieve praktijken. In de taoïstische traditie van China wordt gotu kola beschouwd als een plant die de levensenergie (qi) verfijnt en versterkt.
Ook in de moderne spirituele en meditatieve praktijk geniet gotu kola groeiende populariteit als plant die rust, focus en een heldere geest in huis brengt.
Let op: de naam brahmi wordt in Noord-India gebruikt voor gotu kola (Centella asiatica), maar in Zuid-India en in de meeste moderne Ayurvedische teksten verwijst brahmi naar een andere plant: Bacopa monnieri. Dit zijn twee verschillende soorten.
Ecologische waarde
Gotu kola is een waardevolle plant voor de lokale biodiversiteit. De kleine witte tot lichtroze bloempjes trekken bijen, zweefvliegen en andere kleine bestuivers aan. De bloei vindt plaats van het late voorjaar tot de herfst, afhankelijk van de standplaats en het klimaat.
Als bodembedekker houdt de plant de bodem vochtig, voorkomt zij erosie en biedt zij beschutting aan kleine insecten en bodemorganismen. In de pot of hangmand is gotu kola een sierlijke, duurzame plant die binnenshuis het hele jaar door groen blijft.
Verzorgingstips
Standplaats
Gotu kola gedijt het best op een lichte tot halfbeschaduwde plek. In tegenstelling tot tulsi houdt gotu kola niet van felle brandende middagzon, wat kan leiden tot verbranding van de bladeren en een bitterdere smaak. Een plek met ochtendzon en middagschaduw is ideaal. Binnenshuis is een lichte vensterbank op het oosten of noorden uitstekend.
Bodem
Gebruik vochtige, humusrijke en goed doorlatende potgrond. Gotu kola groeit van nature in moerassige gebieden en heeft meer vocht nodig dan de meeste andere kruiden. Een bijmenging van kokosvezel of potgrond met goede vochtvasthoudende eigenschappen werkt goed.
Water
Gotu kola wil regelmatig en royaal water. Laat de grond nooit volledig uitdrogen. De plant gedijt bij een constant vochtige bodem, maar mag niet in stilstaand water staan. Controleer dagelijks of de grond voldoende vochtig is, zeker bij warm weer en in de zomer.
Winterhardheid
Gotu kola is niet winterhard in Nederland en verdraagt geen vorst. Breng de plant voor de eerste nachtvorst naar binnen op een lichte, vorstvrije plek. Bij potcultuur kan de plant binnenshuis het hele jaar door groen blijven. Buiten kan gotu kola worden gehouden van half mei tot september.
Snoeien
Gotu kola heeft weinig snoei nodig. Verwijder verouderde of gele bladeren regelmatig. De plant verspreidt zich vanzelf via kruipende uitlopers die overal nieuwe wortels slaan.
Bemesting
Geef eenmaal per twee weken een kleine hoeveelheid vloeibare kruidenmest tijdens het groeiseizoen. Te veel stikstof geeft weelderige groei maar verdunt de inhoudsstoffen van de plant. Stop met bemesten zodra de plant naar binnen gaat.
Kweektips
Buiten plaatsen
Zet gotu kola pas buiten na half mei als de kans op nachtvorst voorbij is. Harden de plant eerst af door haar een week lang overdag buiten te zetten op een beschutte plek en ’s nachts weer naar binnen te halen.
Potgrootte en hangmand
Gotu kola leent zich uitstekend voor een ruime pot of een hangmand. De kruipende stengels groeien sierlijk over de rand heen. Gebruik een pot van minimaal 3 liter met een goede drainagelaag. Gotu kola kan ook worden geplant in een bak met andere vochtminnende kruiden zoals munt.
Oogsten
Gotu kola is het hele jaar door te oogsten als de plant warm genoeg staat. Knip de jonge scheuttips regelmatig af voor een compacte, weelderige groei. Oogst nooit meer dan een derde van de plant tegelijk. De bladeren zijn het rijkst aan inhoudsstoffen vlak voor de bloei.
Binnenshuis kweek
Gotu kola is een uitstekende kamerplant op een lichte vochtige plek. Op een vensterbank boven de gootsteen of in een vochtige badkamer gedijt de plant bijzonder goed. Geef minder water in de winter en stop volledig met bemesten.
Samenplanten
Gotu kola combineert goed met andere vochtminnende kruiden met vergelijkbare groeiomstandigheden. Een mooie combinatie is gotu kola samen met munt, die dezelfde voorkeur heeft voor vochtige bodem en geen felle zon.
Ook een combinatie met jiaogulan is inspirerend: beide zijn adaptogene kruiden uit de Aziatische kruidentraditie met een rijke geschiedenis. Munt, jiaogulan en tulsi zijn allemaal verkrijgbaar bij Kruidenkweker.nl.
Tulsi vraagt wel een warme, zonnige standplaats en past daarmee minder goed als directe buurman van gotu kola, maar is een prachtige aanvulling op de collectie als u van Ayurvedische kruiden houdt.
Vermijd combinaties met droogteminnende kruiden zoals tijm, lavendel of salie, die een heel andere waterhuishouding vereisen en naast gotu kola minder goed gedijen.
🌿 Centella asiatica (L.) Urb. – Productinformatie Ecologisch geteeld op de kwekerij
Centella van het Latijnse centella (vonk of lichtflits). Asiatica: uit Azië afkomstig. Eerste beschrijving door Linnaeus in 1753 als Hydrocotyle asiatica. Huidige naam vastgelegd door Urban in 1879 in Flora Brasiliensis.
Synoniem
Hydrocotyle asiatica L.
Familie
Schermbloemenfamilie (Apiaceae)
Eerste documentatie
Vermeld in de Charaka Samhita (Ayurveda, circa 300-200 v.Chr.) en het Shennong Herbal (TCM, circa 2.000 jaar geleden). Westerse beschrijving door Linnaeus in 1753.
Herkomst
Inheems in tropisch en subtropisch Azië: India, Sri Lanka, China, Japan, Korea, Vietnam, Thailand, Indonesië, Maleisië, Australië en de westelijke Pacific
Potmaat
9×9 cm
Levensduur
Meerjarig, binnenshuis het hele jaar groen, buiten seizoensgebonden te houden
Groei & standplaats
Hoogte
15-20 cm.
Groeiwijze
Bodembedekker
Standplaats
Lichte tot halfbeschaduwde plek, geen felle middagzon, ook geschikt als kamerplant
Bodem
Vochtig, humusrijk en goed doorlatend, meer vocht nodig dan de meeste andere kruiden
Winterhardheid
Niet winterhard, vorstgevoelig. Binnenshuis overwinteren op een lichte vorstvrije plek
Bladverliezend
Nee, binnenshuis het hele jaar groen
Licht woekerend
Ja, via kruipende uitlopers, in een pot eenvoudig te beheersen
Van oudsher gebruikt in de Ayurveda, TCM en volksgeneeskunde van Azië. Officieel erkend door EMA/HMPC voor traditioneel gebruik. Raadpleeg altijd een erkend herborist of arts.
Giftig
Niet giftig
Kwaliteit
✅ Ecologisch geteeld ✅ Onbespoten ✅ Met de seizoenen mee gekweekt
Beoordelingen
Er zijn nog geen beoordelingen.
Wees de eerste om “Gotu Kola, Aziatische Waternavel – Centella asiatica” te beoordelenReactie annuleren
Beoordelingen
Er zijn nog geen beoordelingen.